De stad is kinderspel (de morgen)

 

De stad is kinderspel
De Morgen – 08 Feb. 2014
Pagina 42 Sofie Mulders

Hot topic: wonen in de stad. Maar staan in studies over stadsvlucht meestal jonge tweeverdieners centraal, dan is die focus stilaan verschoven. ‘Als je wilt dat een stad haar inwoners houdt, dan moet je inzetten op de kinderen.’ En ook niet onbelangrijk: hoe kindvriendelijker een stad, hoe meer vrijheid kinderen weer krijgen.
Tobias (7): “Er zijn altijd veel mensen in de buurt. Dat is gezellig.”Judith (11): “Ja, maar er is wel veel lawaai. En je vindt moeilijk een parkeerplaats. Mijn neefje en nichtje wonen op het platteland, en daar is het rustiger. Ze hebben ook een grote tuin, met een trampoline. Maar ik vind het leuker in de stad. In een tuin zou ik toch niet zo veel spelen. Waar ik alleen naartoe mag? Naar de buren, naar de bakker en naar het winkeltje om de hoek. En als Tobias weer te laat is ’s morgens, mag ik ook al langzaam naar school vertrekken. Langs het fietspad staan veel bomen, dat is fijn.”Tobias en Judith zijn de kinderen van Hans en Marie-Charlotte. Al heel hun leven wonen ze in de stad. Eerst in Den Haag, daarna in Rome, nu in Borgerhout. Hij zou het zich niet anders kunnen voorstellen,
zegt Hans. Zijn sociaal leven zou verpieteren op het platteland, en dat van de kinderen ook.”Kinderen zijn een indicator voor steden.

Als een stad leefbaar is voor kinderen, is ze leefbaar voor iedereen.” Het zijn woorden van Enrique Peñalosa, voormalig burgemeester van Bogota. De Colombiaanse stad was lange tijd vooral berucht als een van de meest criminele en onleefbare steden ter wereld. Maar toen werd Peñalosa er in 1998 burgemeester. Er kwamen kilometers fietspaden, parken, sportvelden, bibliotheken en een project voor openbaar vervoer.”Kindvriendelijke steden zijn niet alleen goed voor kinderen, ze zijn ook goed voor steden”, zegt Tim Gill.
“Als gezinnen het goed hebben in een stad, dan is dat goed voor de economie.” Gill woont zelf met zijn gezin in Londen, is een Britse deskundige in onderzoek naar kinderen en hun leefwereld, en publiceert daarover geregeld in kranten als The Guardian. Deze week was hij te gast op de studiedag ‘Kind in de stad’, een initiatief van Vlaams minister van Steden Freya Van den Bossche.Wonen in de stad is geen nieuw onderwerp. Maar terwijl het onderzoek over stadsvlucht zich tot voor kort concentreerde op waarom er ouders blijven of vertrekken – zijn er genoeg voorzieningen, cafés, restaurants, musea en uitgaansmogelijkheden in de buurt? – vindt er een verschuiving plaats naar hoe de kinderen zich voelen in de stad. “Als je wilt dat een stad haar mensen houdt, dan moet je inzetten op de kinderen”, zegt Naomi Felder, een Nederlandse architecte die met haar bureau ‘Gezin in de stad’ het tijd-ruimtelijke gedrag van kinderen in de stad
onderzoekt.Wat kan een stad doen opdat het er goed leven is voor haar jonge bewoners?
Geef ze ruimte om te spelen
Eerst dit: kinderen in de stad spelen minder buiten dan hun leeftijdgenootjes buiten de stad. Landelijk speelt 60 procent van de kinderen dagelijks buiten. Bij de gezinnen die Naomi Felder bevroeg in Amsterdam en Rotterdam speelt maar 19 procent van de kinderen dagelijks buiten. Maar een stad kan daar wel degelijk iets aan doen.In Amsterdam wonen gezinnen met twee kinderen vaak op een woonoppervlakte van niet meer dan 60 vierkante meter, en toch blijft de stad gezinnen aantrekken. Dit in tegenstelling tot Rotterdam, waar de woningen groter zijn, maar de gezinnen de stad verlaten. Dat komt omdat de scholen in Amsterdam heel dicht bij de woning liggen, zodat de omgeving rond school en huis één grote, veilige buurt wordt om te spelen. Overal in die buurt wonen  vriendjes, en de ouders van die vriendjes kunnen dan weer een extra oogje in het zeil houden.In Rotterdam liggen huis en school zo ver van elkaar af dat het gebied ertussen als een soort van niemandsland ervaren wordt, waar het te onveilig is voor kinderen om er in hun
eentje door te wandelen of te fietsen.Is er de laatste jaren veel aandacht gegaan naar afgebakende plekken als parken en speeltuinen, dan moet je nu op kleinere schaal gaan nadenken, zegt Naomi Felder. In plaats van om de driehonderd meter een speeltuintje aan te leggen, kun je de parkeerplaatsen in de straat verhuizen naar een afgebakende plek in de buurt, waardoor kinderen alle ruimte hebben in de straat, en hun gebied groter wordt. Hoeft het nog gezegd dat kinderen (en ouders) houden van autoluwe straten en buurten?

Stem de openbare ruimte op hen af
Op grotere schaal kunnen pleinen een belangrijke plek zijn voor kinderen in de stad. Denk aan het Flageyplein in Elsene, of het Theaterplein in Antwerpen. Maar niet elk plein dat autovrij gemaakt is, biedt voldoende dynamiek voor kinderen. Op een plein moet iets te beleven zijn. Water, rotsblokken, niveauverschillen en groen moeten afwisseling én geborgenheid brengen. Een gladde
ondergrond zorgt ervoor dat je kunt fietsen op een plein, en dat gezinnen er met de kinderwagen kunnen komen. Ook belangrijk is de aanwezigheid van volwassenen in de buurt. Als een plein omgeven is door cafeetjes, kunnen ouders een oogje in het zeil houden en kunnen kinderen ook met anderen dan leeftijdgenoten contacten leggen.Ten slotte kan ook de speelplaats van de school een belangrijke functie vervullen in de stad. In basisschool De Triangel in Maasmechelen bijvoorbeeld kunnen kinderen die thuis of in de omliggende wijk te weinig plaats hebben om te spelen, ook na de lessen terecht op de speelplaats om er te bewegen. In het kader van de zogenaamde brede school vinden in De Triangel overigens ook muzieklessen, taallessen Italiaans en sportactiviteiten plaats na de schooluren. Dat alles gebeurt in samenwerking met de muziekacademie, de Italiaanse gemeenschap van Maasmechelen en de sportdienst van de
gemeente. Wil je een kindvriendelijke stad creëren, dan is zo’n samenwerking tussen verschillende afdelingen van een stad broodnodig,zegt Naomi Felder.

Geef ze groen
Nog steeds hebben veel ouders het gevoel dat het niet gezond is om kinderen te laten opgroeien in de stad, omdat daar te weinig groen aanwezig is en omdat je er geen eigen tuin hebt. Maar het verschil tussen groen in de stad en het platteland is minder groot dan we denken, zegt Naomi Felder. “De realiteit is dat er in de eigen tuin geen vriendjes zijn. Bovendien is het groen op het platteland meestal privé, en mag je er dus niet in. Een tuin is wel aardig voor kleine kinderen, maar hoe ouder ze worden, hoe meer ze op verkenning willen. In de parken in de stad mag je altijd komen, en er zijn ook altijd andere mensen.”Park Groen Neerland in Wilrijk toont aan hoe een groene long een nieuwe impuls kan geven aan kinderen uit de omliggende wijken. Terwijl het oorspronkelijk de bedoeling was om 26 hectare van het terrein te besteden aan woningbouw, is uiteindelijk slechts 3 hectare volgebouwd en is de resterende 23 hectare een park geworden met een boomgaard, een natuurreservaat, barbecueplekken, wilgenhutten en speelvalleien. Dat groen
veel kinderen aantrekt, bewijst de plaatselijke Chiro, die daar haar werking houdt. Sinds Groen Neerland er gekomen is, is hun ledenaantal verdubbeld.Bovendien ligt Neerland tussen twee bestaande woonwijken in. Gebruikten de buurtbewoners het terrein vroeger nauwelijks, dan vinden er nu verjaardagsfeestjes, picknicks en schooluitstapjes plaats. Ook de ecologische volkstuintjes creëren ontmoetingen tussen de verschillende bewoners.

Geef ze inspraak
Op basis van de ideeën van de kinderen uit de buurt is het ontwerp van het Wilrijkse park Groen Neerland ontstaan, legt Nicolas Cleeremans van de stad Antwerpen uit. “We vroegen hen om na te denken hoe hun ideale park eruit zou zien, en daar maakten we maquettes van. Vanuit die dromen van de kinderen zijn er heuvels, waterpartijen, forten, wilgenhutten en klimconstructies gekomen
in het park.”Kinderen inspraak geven betekent dat je het beleid uitdrukkelijk op hen afstemt. En dat je soms voor hen durft te kiezen, tegen de volwassenen in. “In het Australische Perth waren er onlangs plannen om een nieuw skatepark aan te leggen. Dat had het stadsbestuur beloofd aan de lokale jeugd”, legt Tim Gill uit. “De buurtbewoners protesteerden, uit angst voor lawaai en overlast. Maar de burgemeester hield voet bij stuk. Dat skatepark is er nu en het heeft een echte boost gegeven aan de buurt. Het trekt veel volk, zowel jongeren als toeristen als mensen uit de buurt. Politici moeten de moed hebben om voor kinderen te kiezen, ook al zijn zij nog geen
potentiële kiezers.”
Leer ze over burgerschap (en geef ze hun vrijheid terug)

Een kind dat opgroeit in een stad leert niet alleen van ouders en van leerkrachten hoe het een goede burger kan zijn, maar ook door zijn eigen ervaringen van elke dag, zegt Tim Gill. “De persoon die naast je in de tram zit, zul je misschien nooit meer terugzien, maar op een
of andere manier moet je er wel mee overeenkomen. Dagelijks mensen ontmoeten, met hen zwijgen of praten of discussiëren, dat hoort bij een burger zijn. En dat leer je gewoon door in die tram te zitten.”De buurtschool V-Tex in Kortrijk – genoemd naar de gerenoveerde textielfabriek waar nu het buurthuis huist – wil ervoor zorgen dat de kinderen een stuk verantwoordelijkheid nemen tegenover de buurt waarin ze wonen. De school heeft geen eigen speelplaats of sportzaal, en dus trekt ze de wijk in voor die activiteiten. Drie keer per dag wordt er gespeeld in het stadspark, en sporten gebeurt in het buurthuis. Er is ook een wijkparlement, waar kinderen samen
met een buurtwerkster initiatieven nemen om de buurt te verbeteren. Zo zijn er al acties geweest tegen hondenpoep in het park, maken de kinderen soep voor de eenzamen in de buurt, en heeft het parlement gedaan gekregen dat er banken kwamen in het park. “Omdat we ons fysiek verplaatsen in de buurt, zijn de kinderen ook veel nauwer betrokken bij hun omgeving”, zegt coördinator Els Denaux. “Bovendien wordt de omgeving heel vertrouwd terrein, zodat ze ook op eigen houtje hun buurt kunnen gaan verkennen.”Mocht een kind in 1919 zo’n tien kilometer zonder begeleiding van huis, dan was dat in 1950 nog anderhalve kilometer, in 1979 achthonderd meter, en tegenwoordig nog maar een kleine driehonderd meter. Kinderen krijgen steeds minder vrijheid. “Het is te gemakkelijk om te denken dat ouders tegenwoordig te beschermend zijn”, besluit Tim Gill. “Veel ouders willen hun kinderen namelijk laten opgroeien als zelfverzekerde, capabele en verantwoordelijke burgers. En daarom vragen ze hulp om hun kinderen weer meer vrijheid te geven. Dat kan, als straten minder auto’s hebben, het verkeer langzamer verloopt, en kinderen gemakkelijk en veilig naar het park en naar school kunnen fietsen.”

SOFIE MULDERS
Copyright © 2012 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s