Onderzoek naar effectiviteit van Brede Scholen – Nederland

Nederland:

** Marieke Heers (2014) – The effectiveness of community schools: evidence from the Netherlands

** Oberon, ITS & Sardes (2013), Joke Kruiter, mmv Daan Fettelaar, Sandra Beekhoven e.a.: De brede school in een veranderend tijdsgewricht. Uitkomsten landelijke effectmeting 2009-2013.

 

**ITS – Raboud Universiteit Nijmegen – Variatie in brede scholen en hun effecten (2008)

**Rotterdam

http://www.fokor.nl/documenten/EffectenRotterdamseBredeScholenPOmei2011RapportRisbo_1.pdf

——————————————

Artikel op ‘Landelijk Steunpunt Brede Scholen” (http://www.bredeschool.nl/actueel/nieuwsbericht/artikel/brede-scholen-zijn-geen-doel-op-zich-maar-een-middel-om-een-doel-te-bereiken.html)

“Brede scholen zijn geen doel op zich, maar een middel om een doel te bereiken”

27 oktober 2014

Op 3 oktober 2014 promoveerde Marieke Heers aan de Universiteit van Maastricht op het onderwerp brede scholen. Haar proefschrift genaamd ‘The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands’ gaat over de effectiviteit van Nederlandse brede scholen.

Heers onderzocht of brede scholen de onderwijsprestaties en sociaal-emotionele uitkomsten van kinderen positief beïnvloeden. Zij analyseerde hiervoor brede scholen in het basisonderwijs in Schiedam en in het VMBO in Rotterdam en vergeleek leerlingen van brede scholen met leerlingen van reguliere scholen. Het onderzoek stelt dat leerlingen van brede scholen het over de hele linie niet beter doen dan die van reguliere scholen als het gaat om cognitieve prestaties. Heers constateert wel een aantal verschillen. Zo hebben brede school activiteiten, gericht op cultuur, schoolklimaat en ouderbetrokkenheid wel een positief effect op cognitieve en sociaal-emotionele leeruitkomsten. Activiteiten met betrekking tot zorg en schoolomgeving hebben daar juist een negatief effect op. Heers concludeert dat extra budget voor brede scholen niet zorgt voor betere onderwijsuitkomsten. Daarom stelt zij dat er geen reden is om brede scholen voorrang te geven in het verstrekken van subsidies. Voor het Landelijk Steunpunt Brede Scholen kwamen deze conclusies niet geheel als een verrassing, omdat ze grotendeels in lijn zijn met de effectmeting van brede scholen door Oberon. Job van Velsen, projectleider van het Landelijk Steunpunt, beaamt dat het niet werkt om zomaar wat organisaties bij elkaar in een gebouw samen te brengen en dat ‘brede school’ te noemen. “Juist daarom pleiten wij als steunpunt al langer voor een concrete visie, draagvlak bij de medewerkers en bestuurders, en een planmatige aanpak vanuit een zorgvuldige analyse.” Heers is niet van mening dat de 1600 brede scholen in Nederland, die geloven in samenwerking met partners, het bij het verkeerde eind hebben. “Ik vind niet dat het idee van brede scholen verkeerd is. Samenwerking tussen scholen en andere instellingen is echter geen doel op zich, maar moet een middel zijn om een doel te bereiken. Daarom is het voor brede scholen heel belangrijk om duidelijke doelstellingen te formuleren.” Oberon lette bij de effectmeting op de ontwikkeling van de leerprestaties en sociale vaardigheden van kinderen. Tussen 2009 en 2012 volgde het 1500 leerlingen op 25 brede scholen. Daar kwam uit dat er geen verschil is tussen de cognitieve ontwikkeling van kinderen die naar een brede school gaan en kinderen van een reguliere school. Wel bleek dat kinderen die meer meededen aan activiteiten van de brede school zich sneller sociaal-emotioneel ontwikkelden. Sociaal-emotionele ontwikkeling Joke Kruiter, onderzoeker bij Oberon, ziet overeenkomsten tussen het onderzoek van Heers en de effectmeting van Oberon, maar ook verschillen. Zo concludeert Heers dat kinderen op een brede school niet beter presteren op het gebied van gedrag en werkhouding. Een brede school heeft echter wel een licht positief effect op onderpresteren. Oberon zag echter ook nog een versnelde sociaal-emotionele ontwikkeling bij kinderen die meer meededen aan activiteiten van de brede school. “Ik weet niet goed of Heers ook gemeten heeft aan hoeveel activiteiten welke kinderen meedoen. Dat zou een reden kunnen zijn voor het verschil in uitkomst.” Heers geeft aan geteld te hebben hoe vaak een activiteit wordt aangeboden op een school. Brede school activiteiten Heers stelt in haar onderzoek dat de effecten van de activiteiten van een brede school voor zorgleerlingen anders zijn dan voor leerlingen met laaggeschoolde ouders. Dit komt doordat verschillende activiteiten van brede scholen een verschillend effect hebben op verschillende kinderen. Jeannette Doornenbal, lector Integraal Jeugdbeleid aan de Hanzehogeschool Groningen, zegt in reactie op het onderzoek van Heers dat we niet moeten vergeten dat een brede school wel veel kinderen in achterstandssituaties bereikt, die anders niet bereikt zouden worden. “In die zin levert een brede school dus wel degelijk wat op.” Generaliseren Kruiter en Doornenbal wijzen er beiden op dat we de uitkomsten van het onderzoek van Heers niet zomaar kunnen generaliseren. Heers onderzocht alleen scholen in Schiedam en Rotterdam, en die kun je niet zomaar vergelijken met scholen in de rest van Nederland. Kruiter: “In Schiedam zitten alle leerlingen met een zware achtergrond op een brede school. Hier wordt heel erg gedacht vanuit een achterstandsontwikkeling.” Subsidie en kwaliteit Heers geeft aan dat brede scholen vaak als één uniforme groep worden beschouwd bij het verstrekken van subsidies. “Er moet echter naar de verschillen tussen scholen en leerlingen worden gekeken en er moet beter in kaart worden gebracht welke activiteiten brede scholen werkelijk uitvoeren. Daarnaast moet, bij het verstrekken van subsidies, de kwaliteit van de diensten die brede scholen aanbieden en van de instellingen waarmee ze samenwerken worden geanalyseerd.” Kruiter beaamt dit: “kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit.” Doornenbal is het eens met Heers dat je niet zomaar elke brede school subsidie moet geven. “Dat moet je heel gericht doen.” Heers constateert dat investeren in zorg een positief effect heeft op bepaalde leerprestaties van zorgkinderen, waaronder rekenen. Zorgactiviteiten hebben echter een negatief effect op de onderwijsuitkomsten van niet-zorgleerlingen. Doornenbal vindt dat de kwaliteit in een brede school zo goed zou moeten zijn, dat ieder kind daar in mee kan draaien. “Ook de kinderen die extra zorg nodig hebben. We moeten de zorg veel nabijer gaan organiseren bij kinderen en ouders. Dat betekent in de klas en in de opvang. Daar moeten we in investeren. We moeten pedagogisch medewerkers en leraren opleiden om met bepaald gedrag om te leren gaan en ons afvragen: wat heeft dit kind in deze situatie nodig om wel tot leren te komen?” In haar conclusie stelt Heers dat brede scholen net zo goed presteren als reguliere scholen. “Subsidies zijn dus niet het middel om leerprestaties te verbeteren.” Kruiter vraagt zich af of je wel mag verwachten dat alles meteen cognitieve resultaten geeft. “Het is immers wel zo dat leerlingen op een brede school met meer dingen in aanraking komen, zoals kunst en cultuur.” Landelijk Steunpunt Naar aanleiding van de resultaten van de effectmeting van Oberon ondersteunt het Landelijk Steunpunt brede scholen en IKC’s bij het verbeteren van de kwaliteit. Dit doet het onder meer door het vernieuwen van de online kwaliteitskaart en het organiseren van lerende netwerken. Dit jaar staan weer nieuwe netwerkbijeenkomsten gepland, die onder andere gaan over kwaliteit, kunst en cultuur en de leeftijd van 0-6 jaar. Heers onderstreept het belang van duidelijke doelstellingen voor brede scholen. “De ideeën van brede scholen zijn vaak goed, maar ik ondervond dat het doel van een brede school vaak niet helder is, waardoor het moeilijk is om te evalueren of een doel gehaald is. Ik zou adviseren om de plan-do-check-act cyclus, waarmee het Landelijk Steunpunt al werkt, te versterken door het stellen van concrete doelen.” Het Landelijk Steunpunt vindt het goed om te zien dat de brede schoolontwikkeling vanuit verschillende kanten onderzocht en belicht wordt. “Het helpt ons om scherp te zijn op wat echt meerwaarde heeft voor kinderen. Goede bedoelingen leiden niet vanzelf tot effecten. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat niet alle activiteiten zijn om te zetten in effecten op de cognitieve of sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Het bieden van de mogelijkheden om met bijvoorbeeld kunst en cultuur in aanraking te komen, heeft een bredere doelstelling dan het beter scoren op een Citotoets.” Van Velsen geeft aan dat de resultaten van het onderzoek de urgentie van de eerder genoemde aanpak van het Landelijk Steunpunt bevestigen. “Uiteindelijk willen we dat kinderen zich maximaal kunnen ontwikkelen. Daarom zullen wij de uitkomsten van dit onderzoek ook weer meenemen in onze lerende netwerken, waarin we juist ingaan op de waarom vraag, het planmatig werken en een grondige analyse vooraf. Zoals ik leerde van een Amerikaanse onderzoeker: ‘if you don’t use the data, you are part of the problem.’” De projectleider van het Landelijk Steunpunt roept op te leren van de ervaringen van anderen om daarmee als brede school beter te worden. “En denk niet dat een verandering van naam – brede school in IKC – bovenstaande aanbevelingen onnodig maakt. Gooi het kind niet met het badwater weg, leer ervan en doe er je voordeel mee. Dat is alleen maar in het belang van de kinderen!” Lees hier de samenvatting van het proefschrift.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s