Artikels over Armoede uit de correspondent

Twee artikels uit de correspondent
7 december 2013

Armoedebestrijding in Nederland is vaak op een misvatting gebaseerd: dat armen het beste zichzelf aan de haren uit het moeras kunnen trekken. Een baanbrekende theorie over de gevolgen van geldgebrek voor je denkvermogen laat zien dat dat niet klopt.

Waarom arme mensen domme dingen doen

Correspondent Vooruitgang

Rutger Bregman
Desiree en Mike wonen samen met haar zus, partner en in totaal vier kinderen in één huis in Troy (Michigan, VS). Desiree is werkloos en past op de kinderen. De rest werkt, maar ze hebben niet genoeg geld om zichzelf en het huis te onderhouden. Foto: HH

Desiree en Mike wonen samen met haar zus, partner en in totaal vier kinderen in één huis in Troy (Michigan, VS). Desiree is werkloos en past op de kinderen. De rest werkt, maar ze hebben niet genoeg geld om zichzelf en het huis te onderhouden. Foto: HH

Waarom nemen armen zoveel domme beslissingen?
Het is een harde vraag, maar de cijfers zijn nog harder: ze lenen meer, sparen minder, roken meer, sporten minder, drinken meer, voeden slechter op en eten vaker bij de McDonald’s. Als er een workshop ‘omgaan met geld’ wordt georganiseerd, komen de armen het minst vaak opdagen. Als er een vacature online wordt gezet, schrijven de armen de slechtste sollicitatiebrieven en verschijnen zij het sjofelst op gesprek.

Inmiddels zijn het er 1,3 miljoen: Nederlanders die leven onder de armoedegrens. Uitkeringsformulieren gaan als warme broodjes over de gemeentelijke toonbank en voedselbanken draaien overuren – inmiddels zijn er zelfs wachtlijsten voor opgesteld. Wat is er toch aan de hand? Crisis ja, natuurlijk. Maar wat nog meer? Margaret Thatcher, de eerste vrouwelijke premier van Engeland, zei eens dat armoede ‘een fundamenteel karaktergebrek’ Dat zei ze in een interview in 1978. is. Niet veel Nederlandse politici zouden nu zo ver gaan, maar dat de oplossing vooral bij het individu moet worden gezocht, dat is allang geen uitzonderlijk standpunt meer.

Uitkeringsformulieren gaan als warme broodjes over de toonbank en voedselbanken draaien overuren – er zijn zelfs wachtlijsten voor

Neem het plan van staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA). Ze wil mensen in de bijstand “prikkels” geven om aan het werk te gaan. Bij ‘onaangepast gedrag’, ‘gebrek aan persoonlijke verzorging’ of ‘onverzorgde kleding’ komt er een strafkorting op hun uitkering van drie maanden. Dat past in een internationale trend: van Australië tot Engeland en van Zweden tot de Verenigde Staten heerst de overtuiging dat mensen zichzelf uit de armoede moeten helpen. De overheid moet daar de juiste duwtjes voor geven – een activerend beleid wordt het genoemd. Denk aan: voorlichting, toeslagen, boetes en, bovenal, scholing. Onderwijs is de heilige graal bij het bestrijden van armoede.

Maar. Er is een maar.

Wat als de armen niet in staat zijn zichzelf te helpen?

Wat als de prikkels, de voorlichting en het onderwijs van ze afglijden als water van een eend?

Of sterker nog, wat als de duwtjes van de overheid de situatie alleen maar erger maken?

Schaarste

Ook dat zijn harde vragen, maar ze worden door niet zomaar iemand gesteld. Eldar Shafir is psycholoog aan de prestigieuze Universiteit van Princeton. Samen met Sendhil Mullainathan, econoom aan de Universiteit van Harvard, publiceerde hij onlangs een nieuwe, baanbrekende theorie over armoede. In het belangrijke tijdschrift Science. Deze laat zich als volgt samenvatten:

Het is de context, stupid.

Staatssecretaris Klijnsma mag zich aangesproken voelen. Neem de gloednieuwe website van haar ministerie: www.effectiefarmoedebeleid.nl. Bezoek de website hier. ‘Mensen kunnen meer dan zijzelf denken,’ staat onder het kopje ‘Preventie & eigen kracht’. De website is een platform om kennis uit te wisselen over de beste anti-armoede-initiatieven. En de inzet is helder: ‘Door uit te gaan van zelfredzaamheid en talent, komt iemand met eigenwaarde en kracht makkelijker uit een moeilijke situatie.’

Als ik die tekst aan professor Shafir voorleg, in de lobby van een Amsterdams hotel, verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. ‘Dit is zo ongeveer het tegenovergestelde van wat ik betoog.’

‘Schaarste neemt bezit van je geest, mensen handelen anders bij een gevoel van gebrek’

En Eldar Shafir is niet zomaar iemand. Het toonaangevende tijdschrift Foreign Policy riep hem uit tot één van de honderd invloedrijkste denkers van dit moment. President Obama vroeg hem als adviseur en onlangs sprak hij nog op het World Economic Forum. Shafirs ambitie is dan ook niet gering: het grondvesten van een geheel nieuwe wetenschap. De wetenschap van de schaarste.

Wacht even, zul je zeggen, was er niet al zoiets? De economie? ‘Dat horen we wel vaker,’ lacht Shafir. ‘Maar ik ben geïnteresseerd in de psychologie van de schaarste. En daar is verrassend weinig onderzoek naar gedaan.’ Voor economen is alles schaars – zelfs de grootste rijkaards kunnen niet alles kopen. Maar het gevoel van schaarste is niet alomtegenwoordig, stelt Shafir. Een lege agenda geeft een ander gevoel dan een volle werkdag. En dat is niet onschuldig. ‘Schaarste neemt bezit van je geest’, zegt Shafir. ‘Mensen handelen anders bij een gevoel van gebrek.’

Het maakt niet zo gek veel uit wat dat gebrek is: te weinig tijd, geld, vrienden, calorieën – het zorgt allemaal voor een ‘schaarstementaliteit’. En dat brengt voordelen met zich mee. Mensen die schaarste ervaren, zijn goed in het managen van hun kortetermijnproblemen. Armen slagen er verrassend goed in de touwtjes – op korte termijn – aan elkaar te knopen, evenals overwerkte CEO’s bedreven zijn in het halen van hun laatste target.

Van armoede kun je niet vrij nemen

Toch zijn de nadelen van de ‘schaarstementaliteit’ groter dan de voordelen. Schaarste laat je focussen op je directe gebrek: de rekening die morgen moet worden betaald of de vergadering die over een paar minuten begint. Zo verdwijnt het langetermijnperspectief. ‘Schaarste slokt je op’, zegt Shafir. ‘Je hebt minder aandacht voor dingen die je eigenlijk ook belangrijk vindt.’

Vergelijk het met een nieuwe computer die tien zware programma’s tegelijk draait. Het apparaat is traag, maakt fouten en loopt vast – niet omdat het een slechte computer is, maar omdat het te veel tegelijkertijd moet doen. Bij armen is iets vergelijkbaars aan de hand. Ze nemen geen domme beslissingen omdat ze dom zijn, maar omdat ze in een context leven waarin iedereen domme beslissingen zou nemen.

Schaarste laat je focussen op je directe gebrek: de rekening die morgen moet worden betaald of de vergadering die over een paar minuten begint

Wat eten we vanavond? Waarvan betaal ik het schoolgeld? Hoe haal ik het einde van de week?

Zulke vragen nemen iets cruciaals in beslag: ‘bandbreedte’, noemen Shafir en Mullainathan het. ‘Als je de armen wilt begrijpen, moet je je voorstellen dat je met je gedachten elders bent,’ schrijven ze. ‘Het kost veel moeite om jezelf in de hand te houden. Je bent afwezig en raakt snel van streek. En dat elke dag.’ Zo leidt schaarste – of het nu van tijd, eten of geld is – tot onverstandige beslissingen.

Maar er is wel een cruciaal verschil tussen drukke en arme mensen: van armoede kun je niet vrij nemen.

Nu Desiree werkloos is past zij op de kinderen, zodat de anderen kunnen werken. Zo besparen ze samen geld. Foto: Barbara Doux/Hollandse Hoogte
Nu Desiree werkloos is past zij op de kinderen, zodat de anderen kunnen werken. Zo besparen ze samen geld. Foto: Barbara Doux/Hollandse Hoogte

Twee experimenten

Even concreet: hoeveel dommer word je van armoede?

‘Ons onderzoek wijst uit dat je zo’n 13 punten aan IQ verliest,’ zegt Shafir. ‘Dat is vergelijkbaar met een nacht niet slapen, of verslaafd zijn aan alcohol.’ En het fascinerende is: dit had dertig jaar geleden al ontdekt kunnen worden. ‘We maken geen gebruik van ingewikkelde breinscans,’ vertelt Shafir. ‘Het zijn relatieve simpele onderzoeksmethoden. Economen hebben jarenlang armoede bestudeerd en psychologen hebben jarenlang onderzoek gedaan naar cognitieve beperkingen. Wij hebben die vakgebieden slechts bij elkaar gebracht.’

Het begon een paar jaar geleden, met een reeks experimenten in een Amerikaans winkelcentrum. Voorbijgangers werd gevraagd wat ze zouden doen als hun auto een reparatie van 150 dollar zou moeten ondergaan; anderen kregen dezelfde vraag, maar dan ging het om een reparatie van 1.500 dollar. Zouden ze het bedrag in één keer betalen, iets lenen, wat harder werken, of de reparatie uitstellen? Terwijl de winkelgangers nadachten, werden ze onderworpen aan een reeks cognitieve tests. Wat bleek: bij de kleine reparatie scoorden mensen met een laag inkomen even goed als mensen met een hoog inkomen. Maar als de reparatie 1.500 dollar zou kostten, scoorden de armen een stuk slechter. Alleen al het denken aan een fors financieel probleem tastte hun cognitieve vermogen aan.

‘Ons onderzoek wijst uit dat je zo’n 13 punten aan IQ verliest, vergelijkbaar met een nacht niet slapen, of verslaafd zijn aan alcohol’

‘In het winkelcentrum hadden we voor zoveel mogelijk andere factoren gecorrigeerd,’ vertelt Shafir. ‘Maar we bleven met één probleem zitten: de rijken en de armen in deze studie waren niet dezelfde mensen. Onze droom was om hetzelfde onderzoek nog eens te doen, maar dan binnen één subject. Dus bij iemand die op het ene moment arm is en op het andere moment rijk.’

De perfecte plek voor dat experiment vond Shafir 13.000 kilometer verderop, in de districten Viluppuram en Tiruvannamalai, op het platteland van India. ‘Het was een match made in heaven,’ lacht hij. Shafir ontdekte dat Indiase suikerrietboeren 60 procent van hun jaarinkomen in één keer ontvangen, net na de oogst. Dat betekent dat ze een deel van het jaar rijk zijn en een deel van het jaar arm. Wat bleek: de Indiase boeren scoren een stuk slechter op de cognitieve tests op het moment dat ze relatief arm zijn. Niet omdat er iets in hun brein is veranderd – het zijn nog steeds dezelfde boeren – maar gewoon, omdat er beslag is gelegd op een deel van hun bandbreedte.

Binnen de bandbreedte

‘Het bestrijden van armoede heeft enorme voordelen waar we tot nu toe blind voor zijn geweest,’ concludeert Shafir. ‘Meer bandbreedte betekent beter opgevoede kinderen, lagere zorgkosten, productievere werknemers, noem maar op. Het bestrijden van schaarste zou zelfs kosten kunnen besparen.’ En: de economische crisis betekende niet alleen een aanslag op onze koopkracht, maar ook op onze bandbreedte. ‘Misschien wordt het tijd om naast het bruto nationaal product ook de bruto nationale bandbreedte te meten,’ oppert Shafir.

Toch zijn de oplossingen van de professor bescheiden. Denk aan korting op de kinderopvang, hulp bij het invullen van formulieren en lichtgevende medicijndoosjes (om aan het slikken van pillen te herinneren). De heilige graal van de moderne armoedebestrijding – scholing – heeft meestal niet zo’n zin, denkt Shafir. Armen missen er de bandbreedte voor.

‘In de VS is onlangs nog een metastudie gedaan van 120 onderzoeken naar de effectiviteit van workshops voor armen en werklozen,’ vertelt hij. ‘Ze bleken niets te helpen.’ Let wel: het wil niet zeggen dat er niets geleerd wordt tijdens zulke trainingen. Werklozen kunnen er best wat van opsteken, het is alleen niet genoeg. Shafir: ‘Die workshops zijn vergelijkbaar met iemand leren zwemmen, om hem vervolgens in een woeste oceaan te gooien.’

De heilige graal van de moderne armoedebestrijding – scholing – heeft meestal niet zo’n zin. Armen missen er de bandbreedte voor

Toch kan voorlichting zin hebben, als ze helpen bij het managen van bandbreedte bijvoorbeeld. Denk aan de bureaucratie van de moderne verzorgingsstaat, waar vaak niet doorheen te komen is. Je zou zeggen dat de mensen die een bepaalde toeslag niet echt nodig hebben door deze papierwinkel worden afschrikt. Maar het werkt precies andersom: juist de armen met de minste bandbreedte – zij die het geld het hardste nodig hebben – zullen het minst vaak om geld vragen bij Vadertje Staat.

‘In de VS zijn er heel wat regelingen waar armen geen gebruik van maken,’ vertelt Shafir. ‘Sommige studiebeurzen worden door slechts 30 procent van degenen die er recht op hebben aangevraagd. En dat terwijl uit onderzoek na onderzoek blijkt dat zo’n beurs – van duizenden dollars – een enorm verschil kan maken. Een econoom denkt dan: het is rationeel om die beurs aan te vragen, ze zullen het wel doen. Maar zo werkt het niet. De baten van de beurs vallen buiten de tunnelvisie van de schaarste.’

Wat te doen? Simpel eigenlijk, zegt Shafir: de armere studenten even helpen met dat papierwerk.

Mike en Desiree rokend op de veranda voor hun huis. Waarschijnlijk moeten ze binnenkort uit het huis vertrekken omdat ze de rekeningen niet meer kunnen betalen. Foto: Barbara Doux/Hollandse Hoogte
Mike en Desiree rokend op de veranda voor hun huis. Waarschijnlijk moeten ze binnenkort uit het huis vertrekken omdat ze de rekeningen niet meer kunnen betalen. Foto: Barbara Doux/Hollandse Hoogte

In het programma Geld maakt gelukkig van SBS6 moeten wanhopige kandidaten met geldproblemen het publiek overtuigen dat hun leed tienduizend euro waard is. De show staat symbool voor een grote verschuiving in ons denken over armoede: van solidariteit naar liefdadigheid en van verheffing naar repressie. Uiteindelijk is iedereen daarmee slechter af.

Hoe solidariteit iets werd waar je op tv om moet bedelen

Correspondent Vooruitgang

Rutger Bregman
Op de set van het SBS6-programma 'Geld maakt gelukkig'. Foto: Remko de Waal/ANP

Op de set van het SBS6-programma ‘Geld maakt gelukkig’. Foto: Remko de Waal/ANP

‘Als je echt wilt begrijpen hoe Nederland in elkaar zit,’ hoorde ik Paul Schnabel eens opmerken, ‘dan moet je vooral veel televisiekijken.’ Misschien zegt één aflevering Ik hou van Holland wel meer over de tijdgeest dan een dik rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Misschien is het eerste homohuwelijk in Goede Tijden, Slechte Tijden wel net zo’n mijlpaal als de Wet openstelling huwelijk van 21 december 2000.

Dus zo kon het gebeuren dat ik een paar weken geleden met bovengemiddelde interesse naar SBS6 keek. In de lente van vorig jaar ging op deze zender een nieuw programma van John de Mol van start: Geld maakt gelukkig.

Wie heeft het geld het meeste nodig? En wie heeft de 10.000 euro echt verdiend?

Het format is simpel. Iedere werkdag gaan drie Nederlanders in acute geldnood de strijd aan. ‘Je gaat met de billen bloot voor honderd man publiek en een kritisch panel,’ vertelt Bekijk het wervingsfilmpje van ‘Geld maakt gelukkig’ hier (YouTube). de voice-over in het wervingsfilmpje. Het is de bedoeling dat de kandidaten hun verdrietige verhaal zo verdrietig mogelijk vertellen. Ze moeten alles uit de kast trekken om het publiek te overtuigen van hun leed. De honderd toeschouwers mogen namelijk ieder honderd euro weggeven.

Wat volgt is een parade van in-en-in trieste verhalen: mensen met schulden, mensen met aandoeningen, mensen met doodzieke kinderen, mensen die een laatste droomreis willen maken en mensen die zelfs de grafsteen voor hun geliefde niet meer kunnen betalen. Als al het leed is vastgelegd, en het ‘kritische panel’ (met onder anderen ‘sociaal advocaat’ Prem Radhakishun) zijn zegje heeft gedaan, geven de kandidaten nog één pitch van tien seconden. Dan is de keuze aan het publiek:

Wie heeft het geld het meeste nodig? En wie heeft de 10.000 euro echt verdiend?

So You Think You Can Dance Beg

Toen BNN in 2007 De Grote Donorshow aankondigde, waarin een terminale vrouw moest kiezen aan welke kandidaat ze haar nier zou doneren, was het land even te klein. Het CDA en de ChristenUnie wilden dat het programma zou worden verboden, minister Ronald Plasterk (PvdA) vond de show verwerpelijk en zelfs de Europese Commissie bemoeide zich ermee.

Uiteindelijk bleek het een hoax.

Maar Geld maakt gelukkig is geen grap. Het veroorzaakt ook nauwelijks ophef. Toen het eerste seizoen van start ging vertelde Bekijk het fragment in RTL Late Night hier terug. Prem bij RTL Late Night waarom hij ‘zo dankbaar’ is dat hij aan de show mag meewerken. ‘Je krijgt op een infotainment-manier informatie waar we anders onze schouders over zouden ophalen,’ vertelde hij. ‘Kom op man, het is de terugkeer van de solidariteit.’

Of is er iets anders aan de hand?

Thijs Lijster, filosoof aan de Rijksuniversiteit Groningen, ziet Thijs Lijster schreef over ‘Geld maakt gelukkig’ in De Groene Amsterdammer. Geld maakt gelukkig als een symptoom van een brede verschuiving in het denken over armoede. Het is de verschuiving van solidariteit naar liefdadigheid. Deze ziet er ongeveer als volgt uit:

De verschuiving is al meer dan dertig jaar aan de gang. Werd een probleem als werkloosheid in de jaren zeventig nog als een collectieve uitdaging beschouwd, tegenwoordig wordt het eerder als een individueel probleem gezien. Indertijd ging het over de markt en de overheid, die te weinig banen zouden creëren. Maar anno 2015 zien we werkloosheid eerder als een gevalletje te weinig ‘human capital’ , of gewoon een kwestie van luiheid.

De verschuiving van solidariteit naar liefdadigheid vond niet alleen plaats in de politiek en de media, maar ook in de wetenschap. Pleitte de invloedrijke Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 1976 nog voor ‘het recht op een bepaalde hoeveelheid middelen’ en in 1985 voor een onvoorwaardelijk basisinkomen; in 1987 veroordeelde de Raad juist de ‘grote vrijblijvendheid’ van de bijstand en in 2007 pleitte hij voor een ‘intensiever sanctiebeleid.’

Een programma als Geld maakt gelukkig komt dan ook niet uit de lucht vallen. Het is een product van de tijdgeest. De show is een soort van So You Think You Can Dance, maar dan voor mensen die denken dat ze zielig genoeg zijn.

Het format van John de Mol heeft bovendien veel weg van het format van de Sociale Dienst. Deze probeert de armen immers ook, zoals Prem, te dwingen tot meer ‘eigen verantwoordelijkheid.’ Met de nieuwe bijstandswet, die inging op 1 januari 2015, is er bijvoorbeeld een strafkorting voor eenieder die op ‘een gebrek aan persoonlijke verzorging’ of ‘onverzorgde kleding’ wordt betrapt. Ook de armen die niet willen verhuizen naar de andere kant van het land, niet genoeg solliciteren of weigeren ‘vrijwilligerswerk’ te doen dat zij als nutteloos ervaren, worden gekort. Gijsbert Vonk, hoogleraar socialezekerheidsrecht, spreekt ook wel van de opmars van de ‘repressieve verzorgingsstaat.’ Prof. Vonk schreef hierover in het tijdschrift Focus.

Al met al is hulp niet langer een recht, maar een gunst. Steeds minder hulp wordt bovendien gefinancierd door belastingplichtige burgers, en steeds meer door gulle gevers (denk bijvoorbeeld aan de voedselbanken, waarvan de eerste pas in 2002 werd opgericht).

Het aloude onderscheid tussen de deserving en undeserving poor

Eigenlijk doen we zo een stap terug in de tijd.

De verschuiving van solidariteit naar liefdadigheid gaat namelijk gepaard met de terugkeer van een oud onderscheid, dat we kunnen traceren tot op de eerste Armenwet van koningin Elizabeth van Engeland (1533-1603). Er zouden zogenoemde ‘deserving’ en ‘undeserving poor’ zijn: armen die onze steun verdienen, en armen die hun ellende aan zichzelf te danken hebben.

‘Je begint iedere seconde sympathieker te worden,’ roept Prem tegen een man die failliet is gegaan, ‘eerst dacht ik: wat een loser’

In zowel de studio van SBS6 als aan het loket van de Sociale Dienst moeten de armen keer op keer bewijzen dat ze onze steun echt verdienen. Ze moeten laten zien dat hun ziekte wel erg genoeg is, hun depressie wel zwaar genoeg en hun kans op een baan wel klein genoeg. Als het over de stijgende zorgkosten gaat, hoor je ook steeds vaker dat ongezonde mensen eigenlijk een hogere premie zouden moeten betalen – vooral als ze hun ziekte aan zichzelf te danken hebben.

In Geld maakt gelukkig doen de deelnemers er alles aan om het publiek te overtuigen dat ze gewoon pech hebben gehad. Ze solliciteren zich suf, leven zo zuinig mogelijk – heus, hun valt echt niets aan te rekenen. Soms krijgen de kandidaten het panel met zich mee. ‘Je begint iedere seconde sympathieker te worden,’ roept Prem tegen een man wiens restaurant failliet is gegaan, ‘eerst dacht ik: wat een loser.’

Maar als een vrouw vertelt over de schuld die ze heeft overgehouden aan haar dure pilotenopleiding, ontsteekt Prem in woede. Waarom is ze zo dik? Hoe wil ze ooit een nieuwe baan krijgen als ze er niet uitziet als een aantrekkelijke pilote? Als een mishandeld meisje vertelt over haar schuld bij de NS vraagt Prem of ze soms niet weet dat je moet betalen voor een treinkaartje.

De suggestie is helder: hebben deze domme vrouwen onze steun eigenlijk wel verdiend?

De tirades van Prem doen denken aan oude woorden van George Orwell , die zich tachtig jaar geleden al afvroeg Dat schreef George Orwell in zijn boek ‘Down and Out in Paris and London’. waarom ‘mensen aannemen dat ze het recht hebben tegen je te preken zodra je inkomen onder een bepaald niveau is beland.’ Maar wie geen zin heeft in de vernedering van de ‘sociale advocaat’ van SBS6 of de ‘activeringsconsulent’ van de gemeente – of wie zijn ellende gewoon niet zo goed kan pitchen – die valt steeds vaker buiten de boot.

Budgetcoach Eef van Opdorp en sociaal advocaat Prem Radhakishun treden op als deskundigen in het televisieprogramma 'Geld maakt gelukkig'. Foto: Remko de Waal/ANP
Budgetcoach Eef van Opdorp en sociaal advocaat Prem Radhakishun treden op als deskundigen in het televisieprogramma ‘Geld maakt gelukkig’. Foto: Remko de Waal/ANP

Armoede is peperduur (en heel goedkoop om vanaf te komen)

Eén ding mogen we niet vergeten: de afbrokkeling van de solidariteit is niet alleen het probleem van de armen.

Solidariteit is ook een kwestie van eigenbelang: een samenleving wordt er steviger, gezonder en rijker van. Zo organiseerde Bekijk het programma van het symposium ‘Hoe duur is armoede?’ hier. de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen aan het begin van dit jaar nog een symposium met de titel ‘Hoe duur is armoede?’

Het antwoord bleek vrij eenvoudig: armoede is peperduur. Wie het als een individueel probleem beschouwt, blijft blind voor de maatschappelijke kosten: de verspilling van talent, de lagere belastinginkomsten en het uitdijende zorg-, politie- en justitieapparaat. Een chronische dakloze Lees mijn stuk over de daklozenproblematiek hier terug. kan zomaar de Balkenendenorm toucheren – niet qua salaris, maar qua maatschappelijke kosten.

De welvaartsziekten van tegenwoordig zijn bovenal armoedeziekten, vertelde Godfried Engbersen, hoogleraar sociologie in Rotterdam, tijdens het symposium. Arme mensen roken vaker, drinken vaker en eten ongezonder, wat resulteert in kanker, diabetes en obesitas. Het is een vicieuze cirkel: armoede leidt tot ongezond gedrag, wat leidt tot een slechtere gezondheid, wat leidt tot nog meer armoede.

Wie in Amsterdam de taxi pakt van Oud-Zuid naar Nieuw-West legt niet alleen zeven kilometer af, maar die komt ook terecht in een wijk waar de levensverwachting maar liefst zeven jaar lager ligt. Volgens Engbersen zouden we ons moeten richten op de structurele oorzaken van deze slechte gezondheid, zoals de lage lonen, de werkloosheid en het te veel aan vet, suiker en zout in het eten. Het heeft weinig zin om, à la Prem, met een megafoon Nieuw-West binnen te marcheren en te roepen dat iedereen zich aan de Schijf van Vijf moet houden.

Armoede uitroeien: wat kost het precies?

Stel, we gooien het roer helemaal om.

Wat als we maximaal zouden inzetten op solidariteit in plaats van liefdadigheid?

Tijdens het symposium maakte Cok Vrooman, hoofdonderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, het rekensommetje. In 2013 leefden bijna 1,3 miljoen mensen onder de armoedegrens. Armoede komt het meeste voor onder kinderen: in 2013 waren Bekijk voor de laatste cijfers over armoede in Nederland het Armoedesignalement 2014 van het SCP. er ongeveer 400.000 arme kinderen in Nederland. Er zijn bovendien veel mensen die werken, maar alsnog in armoede leven – zo heeft twee derde van de arme kinderen werkende ouders.

Eigenlijk komt het hier op neer: armoede is peperduur, maar armoede uitroeien is relatief goedkoop

Vrooman becijfert de kosten van het uitroeien van ál deze armoede – ‘verdiend’ of ‘onverdiend’ – op 2,1 miljard euro per jaar. Dat is ongeveer 0,3 procent van ons nationale inkomen. Ter vergelijking: Nederland geeft jaarlijks 4 miljard uit aan sigaretten, 6 miljard aan (grotendeels ineffectief) werklozenbeleid Over het (vaak ineffectieve) beleid rondom werklozen in Nederland schreef ik eerder dit stuk. en 13 miljard aan vakanties. En o ja, het vermogen van John de Mol wordt op 2,3 miljard geschat.

Eigenlijk komt het hier op neer: armoede is peperduur, maar armoede uitroeien is relatief goedkoop. Natuurlijk, met die 2,1 miljard heb je niet alle problemen direct verholpen – van een lage opleiding tot een slechte gezondheid, van een depressie tot sociale uitsluiting. Maar uit recent onderzoek van Eldar Shafir, psycholoog aan de Universiteit van Princeton, en Sendhil Mullainathan, econoom aan de Universiteit van Harvard, blijkt Ik schreef eerder dit stuk over de context van armoede: ‘Waarom arme mensen domme dingen doen.’ dat vooral de context van armoede leidt tot overgewicht, drankmisbruik en andere onverstandige beslissingen. Armoede is geen karaktergebrek, het is een geldgebrek.

De rekensom van Vrooman laat ondertussen zien dat er niets vanzelfsprekends is aan armoede. Dat er nu 124.000 meer arme kinderen zijn dan in 2007 is geen natuurverschijnsel. Armoede kun je prima bestrijden als samenleving. En de kans is groot dat iedereen daarvan profiteert: de maatschappelijke baten zijn zelfs groter dan de kosten.

Neem alleen al Zie bijvoorbeeld deze schatting van de kosten van kinderarmoede in Engeland. de armoede onder kinderen: in de VS worden de kosten (in termen van een duurdere zorg, meer criminaliteit, lagere productiviteit en lagere belastingopbrengsten) op 4 procent van het nationaal inkomen geschat. In Engeland is het 3 procent en in Nieuw-Zeeland 4,5 procent. Stel, we zetten de kosten van louter de kinderarmoede in Nederland op 1 procent van het bbp. Dat is 6 miljard euro per jaar: drie keer zoveel als het uitroeien van de armoede hier zou kosten.

Conclusie: het is tijd voor een nieuwe verschuiving, weg van de liefdadigheid en terug naar de solidariteit. Daar zal iedereen wel bij varen. De enige die verliezen zijn misschien nog John de Mol en Prem, want ik heb werkelijk geen idee hoe je iets als collectieve, geïnstitutionaliseerde solidariteit in een pervers televisieformat giet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s