Onderwijshervorming SO – 2016 – deel 1

In de krant 2016

  1. De onderwijshervorming: vrijheid, blijheid?
08 juni 2016 om 03:00 uur | Eveline Vergauwen en Tom Ysebaert
Een slag in het water of net wat ons onderwijs nodig heeft: vrijheid en maatwerk? Het Vlaams Parlement spreekt vandaag het eerste, maar niet het laatste oordeel uit over de hervorming van het secundair onderwijs. De Standaard ging te rade in onderwijsland. Vooral het technisch onderwijs vreest een degradatie.
edele Brys- directrice handelsschool
Georges Monard- Onderwijsexpert
  1. ‘Vage tekst biedt de kans alles bij het oude te laten’
08 juni 2016 om 03:00 uur | evg
http://s1.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2016/06/07/7fae461e-2ce5-11e6-adfb-cf1add292da2_original.jpg?maxwidth=992
Joris Snaet
  1. http://s3.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2016/06/07/7fae461e-2ce5-11e6-adfb-cf1add292da2_original.jpg?height=50&width=50&mode=crop&scale=both
  2. http://s3.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2016/06/07/f89303c2-2cda-11e6-adfb-cf1add292da2_original.jpg?height=50&width=50&mode=crop&scale=both
Het grootste probleem van de onderwijshervorming? Wat niet in de conceptnota van de Vlaamse regering staat. Althans, dat meent Georges Monard, ook wel eens de ‘vader’ van de onderwijshervorming genoemd. Op het kabinet van toenmalig minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) zette hij de eerste lijnen voor een nieuw secundair onderwijs uit.
‘Deze tekst biedt kansen’, zegt Monard. ‘Maar veel cruciale knopen zijn niet doorgehakt. De problemen worden doorgeschoven naar de netten. Dat heet dan de “vrijheid voor de scholen”. Voor een stuk is dat goed, maar je moet de scholen en netten wel sturen in de richting van de geest van de hervorming. Er is nog veel werk aan de winkel.’
De nieuwe eerste graad is voor Monard zo’n vaag element uit de tekst. ‘In het eerste jaar komt er een 5-urenpakket voor remediëring of verdieping. In het tweede jaar gaat het om zeven uur. Maar wat betekent dat? Als een aso-school die vijf uur met Latijn kan invullen en een tso-school met vijf uur techniek, dan is er helemaal geen uitstel van studiekeuze.’
Mislukking
‘Slimme directeurs die de hervorming niet genegen zijn, zullen die kans grijpen om alles bij het oude te laten. Dan is dit dus een mislukking, omdat je een kind van twaalf jaar oud nog steeds laat kiezen tussen een aso en een tso-school. Zulke keuzes mag je aan hen niet vragen. De nota van de Vlaamse regering laat die mogelijkheid naar mijn inziens toe, maar de tekst is vaag. De minister moet dat verduidelijken.’
Wel positief vindt Monard de betere overgang tussen het basis- en het secundair onderwijs, de aanmoediging van domein- en campusscholen en de beperking van het aantal studierichtingen. ‘De specialisaties in het secundair zijn te eng. Je kunt wel de richting “voeding” aanbieden, maar moeten jongeren écht pralinier worden in het middelbaar? Dat denk ik niet. Hopelijk houdt de minister die verbreding vol. De vele kleine richtingen zijn er vaak gekomen onder invloed van sterke lobbygroepen, zoals de diamantsector bijvoorbeeld. Ik ben dus benieuwd wat de uitkomst zal zijn.’
Monard waarschuwt ten slotte voor de haalbaarheid voor leerkrachten en scholen. ‘Ik lees dat ze meer taalonderwijs, meer wetenschappen, meer muzikale opvoeding willen. Maar wat zal dan minder gebeuren?’
‘Nieuwe richtingen zijn nog namen zonder inhoud’
08 juni 2016 om 03:00 uur | evg
http://s1.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2016/06/07/342aeb0e-2cd9-11e6-adfb-cf1add292da2_original.jpg?maxheight=416&maxwidth=568rr
Nee, Goedele Brys heeft geen schrik van de onderwijshervorming. Nochtans is minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) van plan veel opleidingen uit haar studieaanbod te hervormen (handel, kantoor) of te schrappen (onthaal en pr).
‘Ons aanbod zal veranderen’, beseft de directrice van de Brugse handelsschool Sint-Jozefsinstituut. ‘Maar wat we vandaag doen, herken ik ook in de nieuwe richtingen, zoals communicatie en marketing, en bedrijfsorganisatie. Voorlopig zijn dat alleen namen zonder inhoud. Nu moeten we de koppen bij elkaar steken om ze goed uit te werken. ­Alles staat of valt met grondig overleg.’
Brys vreest niet dat haar studie­aanbod zal slinken. ‘We moeten minstens een even sterk en het liefst een sterker aanbod kunnen bieden. Het is écht tijd om de leerplannen onder de loep te nemen, zeker bij de arbeidsmarktgerichte richtingen. Al hebben we dat de voorbije jaren ook al gedaan, hoor, in afwachting van de hervorming. Handel is niet wereldvreemd, zoals soms wordt beweerd. We passen onze leerplannen nú al aan.’
In het Sint-Jozefsinstituut kun je voorlopig geen opleiding volgen die alleen op het hoger onderwijs voorbereidt, een zogenaamde ‘doorstroomrichting’. Maar de hervorming biedt kansen. ‘De richting ­bedrijfswetenschappen is interessant’, beaamt Brys. ‘We zijn ambi­tieus, maar zover staan we nog niet.’
Armand Delepeleire- directeur STEM-school
‘Geen opwaardering, wel een amputatie van ons aanbod’
08 juni 2016 om 03:00 uur | evg
http://s4.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2016/06/07/5a947c3a-2cdc-11e6-adfb-cf1add292da2_original.jpg?maxheight=416&maxwidth=568rr
‘De hervorming moest toch een opwaardering van het technisch onderwijs opleveren? Dit lijkt me niet meer dan een slag in het water.’ Armand Delepeleire, de directeur van de technische ‘domeinschool’ Scheppersinstituut Wetteren, ziet de hervorming met lede ogen aan.
‘Belangrijke studierichtingen zullen uit ons aanbod verdwijnen, zoals elektromechanica en elektriciteit elektronica’, klinkt het. ‘Die worden gedegradeerd tot de richting elektromechanische technieken. Die richting moet ofwel naar een professionele bachelor ofwel naar de arbeidsmarkt leiden. Dat betekent: minder wiskunde en meer praktijk. Maar bij mij zijn het wel degelijk sterke doorstroomrichtingen. Dit betekent een amputatie van ons aanbod. Hopelijk krijg ik genoeg vrijheid en ruimte om de kwaliteit van mijn richtingen alsnog te verzekeren. Maar dat is nu onduidelijk.’
Delepeleire juicht toe dat het ­paradepaardje van het tso, ‘industriële wetenschappen’, opgewaardeerd wordt, maar vreest dat aso-scholen met dat paradepaardje zullen gaan lopen. ‘Dat maakt opgang. Maar aso-scholen zullen nooit échte STEM-scholen worden. Zij hebben niet de knowhow in huis om engineering aan te ­bieden. Het gevolg is wel dat sommige technische scholen hun sterkste leerlingen zullen verliezen aan de klassieke aso-scholen.’
Paul Yperman- Centraal beleid van colleges
‘Jezuïeten openen de deur naar technisch en beroepsonderwijs’
08 juni 2016 om 03:00 uur | ty
http://s3.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2016/06/07/5775a306-2cd9-11e6-adfb-cf1add292da2_original.jpg?maxheight=416&maxwidth=568rr
De jezuïetencolleges maken een opening naar technisch en beroepsonderwijs. In Turnhout treedt vanaf 1 september de nu nog onafhankelijke secundaire school Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint-Elisabeth (Hivset) toe tot het netwerk. Opmerkelijk, want de jezuïeten worden traditioneel vereenzelvigd met de pure aso-scholen. ‘Wij denken dat wij met ons pedagogisch project ook de meer praktijkgerichte leerlingen iets te bieden hebben’, zegt Paul Yperman, gedelegeerd bestuurder van de vzw Centraal Beleid van de Colleges (Cebeco).
Die beweging spoort met de oorspronkelijke geest van de onderwijshervorming. Of het Turnhoutse dossier de voorbode is van andere ‘overnames’ wil Yperman nog niet zeggen. Ook betekent het niet noodzakelijk dat Hivset aso-richtingen zal aanbieden. In Turnhout is er al een jezuïetencollege, Sint-Jozef.
‘Er komt wel een verbreding,’ kondigt Yperman aan, ‘maar die zal op 1 september nog niet zichtbaar zijn. We zullen op termijn de richtingen uitbouwen die op doorstroming naar hoger onderwijs mikken, maar vele leerlingen studeren nu al voort, dus zo’n ommezwaai is dat niet. Dit is de eerste stap van een proces.’
‘Veel is ook afhankelijk van de mogelijkheden die de overheid ons biedt, want door de huidige programmeringsstop is het niet evident om nieuwe dingen op poten te zetten. Wij zijn benieuwd hoe de nieuwe matrix van studierichtingen in de tweede en derde graad in de scholen uitgerold zal worden.’
Een marketingzet is het alvast niet, benadrukt Yperman. ‘Er bieden zich meer dan genoeg leerlingen aan bij onze scholen.’
Ook de bestuurlijke schaalvergroting die zich afspeelt in het Vlaamse onderwijslandschap, gaat niet aan de jezuïeten voorbij. In Antwerpen en Brussel zijn schoolbesturen aan het fusioneren.
 
3 – 6 -2016
Handel studeren? Kan niet meer vanaf 2018
Vandaag om 06:58 door Jens Vancaeneghem
Handel studeren? Kan niet meer vanaf 2018Foto: Bart Dewaele
Onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) snoeit stevig in het aantal studierichtingen in het middelbaar. Van de 196 richtingen in de tweede en derde graad blijven er nog 143 over. Onder meer de populaire richtingen Handel, Kantoor en Verkoop gaan op de schop. ‘Te veel richtingen vandaag doen niet wat ze beloven’, zegt Crevits.
Het huidige studieaanbod in het middelbaar bestaat al sinds 2002. Hoog tijd om dat eens grondig dooreen te schudden, vindt minister Crevits. Gisteren stelde ze voor het eerst een ­schema voor van hoe dat er in de toekomst dan moet uitzien.
Zo zet ze de schaar in het aantal studierichtingen. In de tweede graad blijven er nog 49 van de 72 richtingen over, in de derde graad daalt dat aantal van 124 naar 94. Sommige richtingen schrapt ze gewoon, andere zijn samengevoegd in nieuwe richtingen.
Paardrijden
De BSO-richtingen ‘Paard­rijden en -verzorgen’ en ‘Dierenzorg’ komen bijvoorbeeld samen in ‘Plant, dier en milieu’. Nog ­andere richtingen krijgen een nieuwe, hippe naam. ‘Industriële wetenschappen’ wordt zo ‘Technologische wetenschappen en engineering’.
Opvallend: leerlingen zullen niet langer een diploma kunnen halen van de populaire richting Handel in het TSO. In het schooljaar 2014-2015 volgden nog zo’n 12.000 leerlingen die richting in de tweede en derde graad samen. Er komt wel een andere richting in de plaats, maar voorlopig is nog onduidelijk hoe die van de vorige verschilt.
‘Te veel richtingen doen vandaag niet wat ze beloven’, zegt Crevits. ‘Dat willen we nu veranderen.’
MINISTER CREVITS INTRODUCEERT BASISGELETTERDHEID IN SECUNDAIR onderwijs
De lat waar alle leerlingen over moeten
03 juni 2016 om 03:00 uur | Van onze redacteur Tom Ysebaert
Wat moeten alle leerlingen beheersen op school? Het komt in de ‘basisgeletterdheid’, een nieuw begrip uit de onderwijshervorming. Nederlands, wiskunde, digitale vaardigheden en financiële kennis zullen erin zitten, kondigt minister Crevits aan. Vier experts geven een aanzet.
Hilde Crevits: ‘Als een leerling het niet haalt, moet de school snel ingrijpen.’Hilde Crevits: ‘Als een leerling het niet haalt, moet de school snel ingrijpen.’ fds
De eindtermen – de minimumdoelen die de meeste leerlingen moeten halen – krijgen er een broertje bij: de basisgeletterdheid. Dat zijn de zaken die álle leerlingen in het secundair moeten kennen. ‘Het gaat om de ­basics, de lat waar iedereen overheen moet’, zegt de minister van Onderwijs, Hilde Crevits (CD&V). ‘Als een school ziet dat een leerling het niet haalt, kan ze snel ingrijpen via remediëring.’
De basics zullen geformuleerd worden voor Nederlands, wiskunde, digitale vaardigheden en financiële kennis. Samen met het onderwijsveld moet nog uitgewerkt worden wat erin komt. De Standaard laat vier specialisten suggesties doen.
1. Nederlands: helder schrijven
‘Als er in de 21ste eeuw één taalvaardigheid nodig is, dan is het kritisch kunnen omgaan met informatie uit teksten, zowel digitaal als op papier, zowel voor je persoonlijke als voor je professionele leven.’ Dat meent Kris Van den Branden van het Centrum Taal en Onderwijs van de KU Leuven.
Een andere vaardigheid die hij graag bij alle jongeren versterkt ziet, is teksten schrijven die helder en samenhangend zijn. ‘Iedereen – ook laaggeschoolden – moet steeds meer schrijven: mails, verslagen, noem maar op.’ Wat ze dan ook beter onder de knie zullen moeten krijgen, is het verschil tussen formeel en informeel schrijven. En spelling? ‘Dat valt mee’, volgens Van den Branden. ‘De jongeren kunnen zonder fouten schrijven als ze erop letten, maar ze zijn vaak wel slordig.’
2. Wiskunde: cijfers en redeneren
Voor Giovanni Samaey (KU Leuven), medeauteur van het boek X-factor over de onzichtbare kracht van de wiskunde, zijn drie dingen elementair. Allereerst: rekenen en inzicht in cijfers. Bewerkingen en eenvoudige vraagstukken oplossen over geld of keukenrecepten, ‘zodat je je niet laat doen door een beetje cijfers’. Redeneervermogen is het tweede. Patronen herkennen, verbanden leggen. ‘Daar heb je soms abstractere manieren van denken voor nodig. Er zijn genoeg redeneringen die je kunt overbrengen op alle leerlingen, ook die zonder wiskundeknobbel.’
Ten slotte is er het praktisch nut van wiskunde. ‘Cruciaal is dat leerlingen beseffen dat de wereld rondom hen vormgegeven is door wiskunde. Of het nu gaat om het voorspellen van het klimaat of over het ontdekken van kredietkaartfraude. Nergens wordt dat praktisch nut duidelijker dan in computers. Een basiskennis in computationeel denken lijkt me daarom essentieel.’
3. Digitaal: ken je cookies
Dat brengt ons naadloos bij digitaal expert Inti De Ceukelaire – bekend als de ethische hacker. Die plaatst internetveiligheid bij zijn prioriteiten. ‘Jongeren komen snel met het internet in aanraking, wijs ze daarom ook snel op de gevaren voor oplichting. Het onderwijs moet informeren over phishing, scammers, het belang van sterke wachtwoorden. Of vragen als: wat zijn cookies, hoe werkt een browser?’
De Ceukelaire vindt ook dat iedereen zich veilig moet kunnen bewegen in de e-commerce. ‘Over tien jaar bestaat baar geld niet meer. Leer de jonge gasten internetbankieren en gebruikmaken van pakweg PayPal.’
Daar mag techniek aan vasthangen. ‘Laat de jongeren robotjes bouwen. Zo zien ze hoe iets werkt en het prikkelt hun creativiteit nog ook.’
4. Geldzaken: beheer je budget
Als er één nood was die minister Crevits op het terrein opving, was het deze: er is nood aan meer financiële educatie. Econoom Geert Noels pleit hier al lang voor. ‘Mensen moeten doorhebben hoe een lening werkt, wat een rentevoet is, zodat ze zich er niet laten inluizen.’
Elementair budgetbeheer is voor iedereen nuttig, vindt Noels. ‘Zorg dat jongeren weten wat een woning of een auto kost en wat de impact daarvan is op hun budget. En breng hen aansluitend wat bankzaken bij. Wat is een rentevoet, hoe zwaar wegen schulden, wat houdt een domiciliëring in. Kortom, leer hen greep te houden op hun inkomsten en uitgaven.’
Er komt een verplichte eindtoets voor leerlingen zesde leerjaar
Gisteren om 19:10 door er | Bron: BELGA
Er komt een verplichte eindtoets voor leerlingen zesde leerjaarFoto: BELGA
Alle scholen zullen in de toekomst een toets moeten afnemen van hun leerlingen in het zesde leerjaar. Het gaat niet om een uniforme eindtest voor alle scholen en de test alleen mag ook niet bepalend zijn voor de overgang naar het secundair, maar de test wordt wel verplicht.
Daarnaast zal elke leerling in de eerste graad van het secundair onderwijs een basiskennis moeten hebben van wiskunde, Nederlands en digitale en financiële geletterdheid. ‘Het gaat echt om de basics. Maar iedereen zal wel over die lat moeten komen’, legt minister van Onderwijs Hilde Crevits uit.
Het zijn maar twee van de vele concrete maatregelen in het akkoord over de modernisering van het secundair onderwijs dat de Vlaamse regering vorig weekend heeft bereikt. De grote lijnen van die hervorming zijn al bekend, met gerichte ingrepen gaande van de kleuterklas tot de veelbesproken matrix met studierichtingen in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs.
Een van de nieuwigheden in het lager onderwijs is dat elke leerling getoetst zal worden op het einde van dat basisonderwijs. Dat stond al wel ingeschreven in het masterplan, maar wordt nu concreter. Nu al organiseren veel scholen netgebonden toetsen (bv. interdiocesane proeven of OVSG-toetsten), maar bedoeling is dat in de toekomst elke school zo’n toets zal afnemen.
Niet allesbepalend
Een uniforme toets voor alle scholen is niet het plan. De scholen mogen zelf kiezen, maar worden wel verplicht de toets te organiseren. De toets zelf moet helpen om te zien of leerlingen de verwachte eindtermen halen.
Het mag echter niet enkel van de toets alleen afhangen of een leerlingen slaagt of niet, al zal het wel meespelen in de beoordeling van de klassenraad. Onderliggende bedoeling van de verplichte toets is om het uitreiken van getuigschriften basisonderwijs meer gelijk te maken over scholen heen.
Basiskennis
Over de eerste graad van het secundair onderwijs is ook al veel gezegd en geschreven. Een nieuwigheid daar is dat er naast de eindtermen wel een pakket basiskennis van elke leerling afzonderlijk zal gevraagd worden. Zo zal elke leerling een ‘basisgeletterdheid’ moeten hebben op het vlak van Nederlands, wiskunde en digitale en financiële kennis.
Minister van Onderwijs Hilde Crevits benadrukt dat het gaat om een ‘basisniveau’. ‘Het moet echt basic zijn, maar het is wel de bedoeling dat iedereen over die lat komt.’ Waar die lat precies zal liggen en wat er precies van elke leerling zal verwacht worden op die domeinen, wordt nog verder besproken met de onderwijsverstrekkers.
Het is niet de bedoeling dat scholen hun aanpak en onderwijsmethode fors bijsturen, specifiek om hun leerlingen die basisgeletterdheid bij te brengen. ‘Het wordt ook geen centraal basisgeletterdheidsexamen’, benadrukt ze.
Reactie Lieven Boeve
Lieven Boeve, topman van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, reageert tevreden op de ‘uitgestoken hand’ van de minister. ‘We zijn zeer tevreden dat de nota’s er nu zijn. We zijn blij met de uitgestoken hand en zullen dit graag verder mee invullen’, zegt Boeve.
Boeve staat ‘achter de invoering van een eindtoets aan het einde van het basisonderwijs. Wij doen dat zelf ook al met onze interdiocesane proeven. Als zo’n proef ook bedoeld is als kwaliteitstoets voor de scholen kunnen we dat enkel toejuichen. Elke kwaliteitsbevorderende maatregel geniet onze steun’, klinkt het.
Ook aan de plannen voor het invoeren van basisgeletterdheid in de eerste graad van het secundair onderwijs wil Boeve meewerken. ‘Alleen is de vraag daar misschien of we dat best in de eerste graad van het secundair doen of best aan het einde van het secundair.’ Belangrijk voor Boeve is vooral dat de eindtermen zelf op populatieniveau blijven.
analyse sociale dimensie in akkoord over kinderbijslag en onderwijs is beperkt
En de winnaar is… de Vlaamse middenklasse
31 mei 2016 om 03:05 uur | Wim Winckelmans
Zowel bij de hervorming van het secundair onderwijs als in het dossier kinderbijslag stonden de belangen van de Vlaamse middenklasse tegenover een vraag om efficiënter sociaal beleid. Na maanden stevige discussie tussen de regeringspartijen trok de middenklasse, zwaar gesteund door de grootste regeringspartij N-VA, aan het langste eind.
Na maandenlange onderhandelingen lijken de N-VA-ministers in de Vlaamse regering aan het langste eind te trekken.Na maandenlange onderhandelingen lijken de N-VA-ministers in de Vlaamse regering aan het langste eind te trekken. Dirk Waem/belga
De hervorming van het secundair onderwijs werd ooit opgestart uit een sociale bekommernis. Het Vlaamse onderwijs scoort erg slecht op het vlak van gelijke kansen en sociale mobiliteit. In de plaats daarvan reproduceert het sociale ongelijkheid, telt het te veel zittenblijvers en levert het te veel jongeren zonder diploma af.
De discussie over de kinderbijslag heeft een vergelijkbare sociale dimensie gekregen. De hervorming was aanvankelijk vooral bedoeld als een vereenvoudiging (en om aan te tonen dat Vlaanderen de bevoegdheid na de jongste staatshervorming beter zou beheren dan de federale overheid voordien), maar werd onder druk van experts steeds meer gezien als een middel om kinderarmoede te bestrijden.
Daardoor stonden twee belangen tegenover elkaar: die van de Vlaamse middenklasse en die van zwakke sociale groepen, zoals allochtonen. Meer kinderbijslag voor de ene groep betekent bij gelijkblijvend budget minder kinderbijslag voor de andere. Daarnaast leeft de vrees dat een onderwijsstructuur met meer aandacht voor sociale promotie, de sterke punten van het onderwijs voor de anderen ondergraaft.
Er stonden ook drie meerderheidspartijen tegenover elkaar, waarbij de N-VA het meest de belangen van de Vlaamse middenklasse verdedigde, CD&V meer sociale bekommernissen had en Open VLD de nadruk legde op emancipatie.
Beperkt effect
Het resultaat ligt er nu. De sociale correcties in de kinderbijslag zijn beperkt gebleven. Grote vooruitgang zit er in de criteria voor de toekenning van een sociale toeslag. Daarvoor zal niet langer het statuut van de ouders (werkloos, ziek,…) bepalend zijn, wel het inkomen. Bovendien worden de studietoelagen gekoppeld aan de kinderbijslag, wat een automatische toekenning mogelijk moet maken.
Maar de sociale toelagen blijven beperkt tot inkomens tot 29.000 euro per jaar, en bevatten geen geleidelijke afbouw voor iets hogere inkomens, zoals CD&V had gevraagd.
De effecten in de strijd tegen de armoede zijn ook beperkt. Volgens cijfers van minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) daalt de armoede bij de eenoudergezinnen, een van de meest kwetsbare groepen vandaag, met 1,5 procent. maar dan blijft die nog altijd boven 20 procent.
Voor grote gezinnen (vanaf vier kinderen) daalt het armoederisico helemaal niet. De N-VA wees een guller voorstel voor die groep af met het argument dat het geschreven was ‘op maat van allochtone gezinnen’. (DS 23 april)
In het onderwijs zijn de ambities zwaar teruggeschroefd en verandert er weinig of niets, toch niet voor de scholen die niet mee willen. De schotten tussen aso, bso en tso blijven bestaan, wat een opwaardering van het technisch onderwijs in de weg dreigt te staat. Aan de eerste graad, die ‘breed’ had moeten worden om jongeren meer tijd te geven voor hun studiekeuze, verandert amper iets.
Een van de weinige maatregelen die geïnterpreteerd kunnen worden als een keuze om zwakke sociale groepen aan te moedigen, is de beslissing om ouders die hun kind inschrijven in de eerste en tweede kleuterklas, een premie te geven, zoals Open VLD had gevraagd. Naar het effect daarvan is het wel raden.
Selectieve participatietoeslag
De eindbalans slaat dus door in het voordeel van de Vlaamse middenklasse. De nieuwe kinderbijslag blijft breed en weinig selectief, en komt neer op een verschuiving van middelen van het derde (en volgende) kind naar het eerste. Wie vreesde voor een VSO-debacle in het onderwijs, kan opgelucht ademhalen.
De grootste regeringspartij, N-VA, is ook de partij die het meest haar stempel heeft kunnen drukken op dit akkoord, met een kinderbijslag die zelfs hoger uitkomt dan de gevraagde 150 euro per maand, met een hervorming van het onderwijs die de scholen vrij laat en met daarbovenop ook een afslanking van de provincies.
De belofte van een eenvoudig systeem is er wel bij ingeschoten, toch zeker niet in de terminologie. Zo heet een schooltoelage niet langer schooltoelage, maar selectieve participatietoeslag. Wie verzint het?
Mei 2016
De standaard zelf kopt: hervorming maar geen revolutie
 
Analyse Scholen krijgen meer vrijheid en verantwoordelijkheid
Een hervorming, maar geen revolutie
30 mei 2016 om 03:00 uur | Van onze redacteur ,Tom Ysebaert
Geen brede eerste graad en de opdeling tussen aso, tso en bso blijft behouden: de hervorming van het secundair onderwijs bevat politiek voor elk wat wils, maar is geen grote ommezwaai. Scholen moeten hun inbreng doen in het bepalen van opties en studierichtingen.
Deskundigen betwijfelen of deze modernisering de pijnpunten in ons onderwijs – te veel schoolverlaters, te veel zittenblijvers – zal wegwerken.Deskundigen betwijfelen of deze modernisering de pijnpunten in ons onderwijs – te veel schoolverlaters, te veel zittenblijvers – zal wegwerken. Marcel van den Bergh
Nee, een grote hervorming voert de Vlaamse regering niet door in het secundair onderwijs: geen uitstel van de studiekeuze, geen brede eerste graad, en de onderwijsvormen aso, tso, kso en bso blijven behouden. ‘Een gemiste kans’, kapittelt Groen. ‘Voorspelbaar compromis zonder ambitieuze keuzes’, vindt de SP.A.
Toch is deze uitkomst niet verrassend. Al bij de totstandkoming van het Masterplan in juni 2013, nog met de SP.A in de regering, was gebleken dat er geen drastische ingrepen op til waren. Belangrijke delen van dat Masterplan zijn nu bezegeld. Voor elke regeringspartij zat er wat wils in.
De N-VA, altijd een koele minnaar van een hervorming, is blij dat de onderwijsvormen overeind blijven. ‘Die zijn bekend en duidelijk’, zegt onderwijsspecialist Koen Daniëls.
Open VLD, dat zich de jongste weken met voorzitster Gwendolyn Rutten op het voorplan had gewerkt, kreeg gedaan dat er meer wordt ingezet op kleuteronderwijs en op meer vreemde talen in de lagere school. ‘Scholen zijn vragende partij’, zegt Jo De Ro. ‘Maar als ze daarvoor niet de geschikte leerkrachten hebben, hoeven ze dat niet te doen.’
CD&V is opgetogen dat de extra uren boven op de basisvorming in de eerste graad vrij ingevuld kunnen worden, op maat van de leerling. ‘Dat de scholen de ruimte krijgen om dit te doen, was voor ons belangrijk’, aldus Kathleen Helsen.
Minister Hilde Crevits (CD&V) kan het pure feit dat er een akkoord is in dit heikele dossier op haar palmares schrijven. Meteen krijgt ze meer ademruimte om aan andere dossiers te werken. Het loopbaanpact, bijvoorbeeld, om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken.
Alles is mogelijk
Opvallend is dat de scholen veel vrijheid krijgen. Zo kunnen ze ervoor kiezen een domeinschool te worden, maar net zo goed een aso- of tso/bso-school blijven. In het eerste geval liggen er wel financiële stimuli klaar om zich van de nodige technische uitrusting te kunnen voorzien.
Lieven Boeve, topman van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, is blij ‘dat de overheid de vrijheid van onderwijs erkent’. Zijn evenknie van het Gemeenschapsonderwijs (GO!), Raymonda Verdyck, is minder opgezet. ‘De vrijblijvendheid zal het voor de ouders moeilijk maken om te weten in welke school hun kind terechtkomt. Als we komaf willen maken met de negatieve effecten in het onderwijs, gebeurt dat het best voor iedereen op dezelfde manier.’
De vakbonden reageren vernietigend. ‘Dit is vlees noch vis’, zegt Raf Deweerdt van het socialistische ACOD. ‘Er zijn helemaal geen keuzes gemaakt. Alles is mogelijk.’ Ook Jos Van Der Hoeven van de Christelijke Onderwijscentrale klinkt sceptisch. ‘Dit is al de derde hervorming die ik meemaak, maar wat verandert er eigenlijk?’
Met de vrijheid komt ook verantwoordelijkheid. De minister vraagt de onderwijswereld voorstellen te doen over de invulling van de basisopties voor het tweede jaar. Ook moet ze suggesties doen over de studierichtingen in de tweede en derde graad. Die wil Crevits van 150 naar 100 terugbrengen.
Gemakkelijkheidsoplossing
Hoe deze hervorming te zien zal zijn in het curriculum, is een kwestie voor het Vlaams Parlement, dat zich over de eindtermen buigt. Nieuw is dat er drie beheersingsniveaus komen: basisgeletterdheid (wat alle leerlingen moeten beheersen), de eindtermen (die de meeste leerlingen moeten halen) en uitbreidingsdoelen. Die laatste worden door de onderwijsverstrekkers zelf vastgelegd.
Zal deze modernisering de pijnpunten in ons onderwijs – te veel jongeren in de steden verlaten de middelbare school zonder diploma, te veel zittenblijvers – wegwerken? De politici zijn ervan overtuigd, onderwijskundigen betwijfelen het. ‘De oorzaak van het probleem is de afwezigheid van een brede eerste graad. Deze hervorming dreigt een gemakkelijkheidsoplossing te worden’, zegt Ides Nicaise (KU Leuven).
 
 
Wat verandert er (bij tabel)
In het basisonderwijs
In de derde kleuterklas zullen kinderen 250 in plaats van 220 halve dagen aanwezig moeten zijn, om naar de lagere school te mogen overstappen.
Taalinitiatie kan vanaf het eerste leerjaar. Dat is geen taalles maar pakweg een liedje zingen. Vanaf het derde leerjaar kan les Frans, Engels of Duits wel. Een ander vak in een vreemde taal geven, zoals in sommige secundaire scholen gebeurt, kan niet.
Tijdens de laatste twee jaar van de lagere school zullen leerlingen kunnen differentiëren. Speciale leerkrachten voor bijvoorbeeld Frans of techniek kunnen worden ingezet.
In het secundair
In het eerste jaar kunnen de vijf uren die boven op de basisvorming komen, anders worden ingevuld. Ofwel verdiepend, bijvoorbeeld extra wiskunde voor wie meer aankan, ofwel remediërend, voor wie achterstand moet inhalen.
Op het einde van het eerste jaar zal een b-attest onmogelijk zijn. Een leerling kan een a-attest krijgen, eventueel met verplichte remediëring, of een c-attest. Herexamens blijven mogelijk.
In de tweede en de derde graad vervangen 8 studiedomeinen de huidige 29 studiegebieden. Binnen die domeinen zullen de richtingen ondergebracht worden naargelang ze leerlingen klaarstomen voor hogere studies of voor de arbeidsmarkt, of beide keuzes openlaten.
Sommige studierichtingen zullen verdwijnen, andere zullen een andere inhoud krijgen. Zo is het mogelijk dat economie-moderne talen of humane wetenschappen meer wiskunde (statistiek) zal bevatten, omdat de hogere studies waar ze jongeren op voorbereiden dat vergen.
Wie een b-attest krijgt, is niet verplicht naar een andere richting over te schakelen, maar kan nog beslissen zijn jaar over te doen.
De hervorming gaat in op 1 september 2018.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s