Secundair onderwijs, de hervormingen 2012

‘Peeters die zich moeit? Slecht teken’
Vlaamse oppositie snakt naar nieuwe minister van Onderwijs
  • dinsdag 27 november 2012, 03u00
  •  
  • Auteur: Van onze redacteur Maarten goethals
http://1.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2012/11/26/228ac33a-37e4-11e2-b086-3c4e3ce0cc55_original.jpg.h380.jpg
Bart Dewaele
 
EXTRA VOOR ABONNEES
BRUSSEL – Pascal Smet vindt zichzelf nog altijd geschikt om de moeilijke hervorming van het middelbaar onderwijs door woelige wateren te loodsen. Ondanks de striemende kritiek.
Een minister-president die een belangrijke nota van een collega-vakminister openlijk bij het huisvuil zet en zegt dat het verkeerde debat woedt? Nog maar zelden gezien. Toch voelt Pascal Smet (SP.A) zich als auteur van de onderwijsnota niet aangesproken. De minister van Onderwijs doet rustig voort met de hervorming van het secundair onderwijs en ziet niet meteen een vuiltje aan de lucht.
Meer nog: het socialistische kabinet benadrukt dat de oorspronkelijke timing van de hervorming blijft zoals die is. Begin volgend jaar zal de Vlaamse meerderheid een ‘regeringsnota’ neerleggen met eerste, concrete voorstellen. ‘En die zullen zeer duidelijk zijn’, klinkt het. ‘Mét de steun van de twee andere coalitiepartners.’
Ten laatste in juni 2014 komt dan de regering met een breed gedragen voorstel.
Minister-president Kris Peeters (CD&V) uitte gisteren in deze krant zijn grieven over de huidige gang van zaken. (DS 26 november) Hij vond dat de ‘trein stilstaat in het station’ en dat een hervorming met de grootte van een big bang af te raden valt. ‘Wil je alles in één keer realiseren, dan kom je nergens’, klonk de niet mis te verstane waarschuwing. Daarom dat het Vlaams Parlement woensdag een actualiteitsdebat voert over de verklaringen van Peeters.
Nivellering
Bij Smet worden die grieven eerder geïnterpreteerd als een steunbetuiging, ‘schouder aan schouder’.
De minister-president heeft nochtans belang bij het kort houden van zijn minister. Als de onderwijsdebatten opnieuw sereen en vlot verlopen, kan Peeters, en niet Smet, dat verkopen als een persoonlijk feit.
Daarnaast speelt de politieke aversie tussen de N-VA en de SP.A mee. In het verleden reageerden de Vlaams-nationalisten allergisch op alle mogelijke voorstellen van de socialisten, en vice-versa. De partij van Bart De Wever vreest dat een verregaande hervorming onvermijdelijk een ‘nivellering’ inhoudt die in de eerste plaats de ‘sterksten’ treft. Door het debat ondubbelzinnig naar zich toe te trekken en deels los te weken van links, werkt Peeters dat scepticisme weg. Want ook CD&V gruwelt van een inderhaast ingevoerde hervorming. Met de verkiezingen van 2014 in het achterhoofd is het bovendien altijd handig om de N-VA in zoveel mogelijk beleidsdomeinen te neutraliseren. Dat Bart De Wever in juni de plannen van Smet afbrandde, schreef iedereen toen toe aan de electorale koorts van de gemeenteraadsverkiezingen. Nu Peeters de hervorming naar zich toetrekt, zal de N-VA zich wellicht inschikkelijker opstellen.
Aankondigingspolitiek
Het is niet de eerste keer dat Pascal Smet onder vuur ligt door de eigen coalitiepartners. Vooral zijn idee om jongeren in hun eerste jaren middelbaar meer technische vakken te geven ten koste van Latijn, zette kwaad bloed.
De oppositie wrijft zich ondertussen in de handen. In het interview met Peeters ziet ze een bevestiging van haar eigen gelijk: dat Smet veel te veel aankondigt en de zaken altijd grotesk weergeeft, maar finaal weinig realiseert. ‘Leerlingen en leerkrachten verdienen een betere minister van Onderwijs’, vindt Elisabeth Meuleman, fractieleider van Groen.
‘Wanneer een minister-presidenten zich moet moeien, is dat nooit een goed teken’, zegt Marleen Vanderpoorten (Open VLD). En zij kan het weten, ze was jarenlang minister van Onderwijs.
EERDERE POGINGEN
  • dinsdag 27 november 2012, 03u00
  •  
  • Auteur:
http://1.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2012/11/26/744141f4-37e4-11e2-b086-3c4e3ce0cc55_original.jpg.h380.jpghttp://1.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2012/11/26/93f1828e-37e4-11e2-b086-3c4e3ce0cc55_original.jpg.h380.jpghttp://1.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2012/11/26/73c6bc72-37e4-11e2-b086-3c4e3ce0cc55_original.jpg.h380.jpg
pn
 
EXTRA VOOR ABONNEES
1999-2004
OPZET: Op vraag van minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (Open VLD) brengt de Koning Boudewijnstichting in 1999 overleg op gang over de hervorming van het middelbaar onderwijs en de herwaardering van het technisch en beroepsonderwijs. Dat leidt naar het project Accent op talent. In twee rapporten krijgt het onderwijs de nieuwe opdracht ‘alle talenten te ontwikkelen’, door ‘anders leren, anders werken, anders kiezen en anders besturen’.
RESULTAAT: Met de steun van de minister gaan ‘voortrekkersprojecten’ van start.
2004-2009
OPZET: De volgende minister van Onderwijs, Frank Vandenbroucke (SP.A), herdoopt die projecten tot proeftuinen. Op het hoogtepunt lopen 81 proeftuinen in 600 scholen. Vandenbroucke wil onderwijs en werk nauwer doen samenwerken en hoopt tegen het einde van de regeerperiode te landen met de hervorming van de onderwijsstructuren.
RESULTAAT: Het lukt niet meteen. De hervorming blijkt moeilijker dan gedacht. Wel schrijft oud-topambtenaar Georges Monard een basisnota met de contouren van de hervorming.
2009-nu
OPZET: In de huidige regeerperiode sneuvelen de proeftuinen, maar de nieuwe minister, Pascal Smet (SP.A), belooft om de hervorming van het secundair onderwijs af te ronden tegen het einde van de regeerperiode.
Smet schrijft in september 2010 een oriëntatienota, met als grote lijnen: uitstel van studiekeuze tot veertien jaar, een brede eerste graad, afschaffing van de schotten tussen aso/tso/bso/kso en een beperking van de studierichtingen.
In het voorjaar 2012 laat coalitiepartner N-VA weten het hiermee oneens te zijn. Een deel van de onderwijswereld kant zich dan eveneens tegen de hervormingsnota van Smet.
RESULTAAT: Minister-president Kris Peeters (CD&V) trekt het dossier naar zich toe.
Middelbaar laat zich niet hervormen
Analyse Bureaucratie en ongeloof in eigen kunnen zijn rem op verandering
  • dinsdag 27 november 2012, 03u00
  •  
  • Auteur: g.teg.
Het hoger en het basisonderwijs maakten de vorige decennia succesvol meerdere hervormingen mee. In het middelbaar onderwijs lukt dat maar niet. Hoe komt dat?
 
EXTRA VOOR ABONNEES
MIDDELBAAR ONDERWIJS
In het secundair veranderde er sinds eind de jaren tachtig structureel nauwelijks iets. Daar zijn vijf verklaringen voor.
Er is weinig externe druk op dit onderwijsniveau en als die er is, wordt die prompt tegengesproken met de overtuiging ‘dat ons middelbaar onderwijs het beste ter wereld is’ . Tot voor kort waren er Oeso-cijfers die dat bevestigden. Sinds enkele jaren zakt Vlaanderen weg in die rangschikking, maar dat dringt niet door.
Het Vlaams middelbaar onderwijs is extreem gebureaucratiseerd : alles ligt vast in regels; zowel de programma’s als wie wat mag geven en op welk uur. Decennialang zorgden die regels voor kwaliteit, nu maken ze elke verandering onmogelijk. Elke kleine wijziging vergt dat duizenden bladzijden regel voor regel moeten worden herschreven.
Het lesgeven is zodanig gereglementeerd en verkaveld dat zelfs de kleinste hervorming, de job van honderden leerkrachten bedreigt . Dat is hét middel om veranderingen tegen te houden.
In Vlaanderen worden geen oefeningen gemaakt over het onderwijs in 2020 of 2030 , het onderwijs van de toekomst. Vlaanderen meet zijn onderwijs af aan het verleden.
De laatste verklaring is het voortbestaan van het watervalsysteem: de grote statusverschillen tussen studierichtingen, en de leerkrachten en de leerlingen die ze bevolken.
Dat is gekoppeld aan het merkwaardige geloof van leerkrachten, scholen en ouders dat onze leerkrachten niet in staat zijn tegelijk de goede leerlingen te laten uitblinken en de zwakkere leerlingen op te trekken . Goed zijn voor de zwakkeren gaat ten nadele van de sterkeren, is een geloof dat maar in een paar plaatsen ter wereld bestaat, waaronder Vlaanderen.
Op dat geloof stoelt ook de mislukking van het inclusief onderwijs (dat elders in de wereld wel lukt): personen met een handicap zoveel mogelijk in het gewone onderwijs opnemen.
Is er iets dat daar verandering in kan brengen? De toenemende druk van Europa over het hoge aantal mislukkingen in het Vlaams onderwijs kan een begin zijn. Net als het verder wegzakken van Vlaanderen in de Oeso-rangschikkingen.
HOGER ONDERWIJS
Het hoger onderwijs wordt al sinds de jaren tachtig bijna permanent hervormd. Aanvankelijk ging het vooral over schaalvergroting: van enkele honderden instellingen naar amper een tiental, gegroepeerd in vijf associaties. Vanaf 2000 kwam daar onder druk van Europa de reorganisatie naar het Bachelor-Master-model bij, een andere financiering, en recent de inkadering van de professionele masters in de universiteiten. Dat verliep niet conflictloos, maar het proces blokkeerde nooit.
BASISONDERWIJS
Ook het basisonderwijs kon zich aanpassen. Het kreeg een nieuw decreet in 1997, en een nieuw ‘landschap’ in 2003. Ook dat leidde tot discussies, maar nooit tot blokkeringen.
Een aantal hervormingen werd evenwel niet toegepast: zo volgt 99,8 procent van de scholen nog altijd het jaarklassensysteem, hoewel dat sinds 1997 niet meer verplicht is.
Pascal Smet: ‘Mijn nota is al twee maanden van de baan’
  • maandag 26 november 2012, 12u56
  •  
  • Auteur: bbd
Kris Peeters (CD&V) en Pascal Smet (SP.A)archieffoto
Kris Peeters (CD&V) en Pascal Smet (SP.A) archieffoto
Photo News
Lees ook
Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) reageert laconiek maar ook wrevelig op het interview met zijn regeringsleider, Kris Peeters, in De Standaard. Mijn oriëntatienota over de hervorming van het middelbaar onderwijs, was al lang van de baan, zegt hij. Begin 2013 wil hij een goedgekeurde regeringsnota klaar hebben over het onderwijs.
De nota van Pascal Smet, die heel wat stof had laten opwaaien, is van de baan. Dat zei minister-president Kris Peeters vandaag in De Standaard. Hij pleit voor een stapsgewijze hervorming van het middelbaar onderwijs.
In een persbericht laat Onderwijsminister Smet weten dat de nota al lang van de baan was. Als oriëntatienota heeft de nota trouwens haar doel bereikt, vindt Smet.
‘Mijn oriëntatienota heeft zijn doel bereikt. Deze nota is overigens al maanden van de baan. Het was een oriëntatienota die als doel had het debat te oriënteren. Een nota gebaseerd op het regeerakkoord en de nota van George Monard trouwens. De discussie van de afgelopen maanden heeft aangetoond dat het debat georiënteerd is en dat het nu tijd is om een duidelijke inhoudelijke hervorming te beslissen. Ik ben blij dat de minister-president dat ook vindt en het opnieuw bevestigt.’
In het kranteninterview zegt Kris Peeters dat hij schouder aan schouder met Pascal Smet werkt aan een beter middelbaar onderwijs. Smet zegt niets anders te willen.
‘Je kan niet zeggen dat er aan de ene kant in de samenleving structurele hervormingen nodig zijn en aan de andere kant vinden dat onderwijs daar niet mee aan moet doen. Ik sta dan ook schouder aan schouder met de minister-president om ook in het onderwijs structurele hervormingen door te voeren.’
Er zit wat wrevel in het persbericht van de minister van Onderwijs.
Als Kris Peeters zegt dat hij geen big bang in het onderwijs wil, klinkt het bij Smet: ‘Uiteraard moet dat geen big bang zijn – dat was overigens ook nooit de bedoeling – en gaat dat best met een geleidelijke maar duidelijke hervorming met stapsgewijze maatregelen. Een trein heeft inderdaad tussenhaltes. Maar dat betekent wel dat je weet wat je kader en je einddoel is. Je laat geen treinen vertrekken zonder te weten naar waar ze rijden. Anders wordt het een rit naar nowhere. Elke manager weet dat.’
Dat laatste is een reactie op de opmerking van Kris Peeters dat de hervormingstrein stilstaat.
Begin 2013 wil Smet een goedgekeurde beleidsnota hebben over het secundair onderwijs. ‘Daar is ook de afgelopen weken binnen de meerderheid constructief aan verder gewerkt en ik wil dat zo houden.’
Kris Peeters sprak in het interview met De Standaard over een visienota of masterplan tegen het einde van de bestuursperiode, voorjaar 2014 dus.
Onderwijs-nota van Pascal Smet is van de baan
  • maandag 26 november 2012, 08u19
  •  
  • Auteur: guy tegenbos
Kris Peeters
Kris Peeters
belga
 
De nota van minister Pascal Smet (SP.A) over de hervorming van het middelbaar onderwijs is van de baan. Dat zegt minister-president Kris Peeters (CD&V) in De Standaard. ‘Het middelbaar onderwijs gaat stapsgewijs hervormen. We gaan niet ineens alles veranderen.’
In juni trok Kris Peeters al eens aan de noodrem nadat de regeringspartners N-VA en de SP.A over een hervorming van het middelbaar onderwijs met elkaar in de clinch waren geraakt. Het politieke draagvlak voor die hervorming verdween, en toen bleek dat ook het draagvlak in het werkveld kleiner was.
Kris Peeters: ‘De discussie ontspoorde. Het ging alleen nog over hoeveel uren Latijn er zouden overblijven en over de B-attesten, die afgeschaft zouden worden. Dat is het verkeerde debat. Jammer dat het zo is gevoerd. Zo kwam er te veel ruis op het beeld.’
Maar er moet alleszins een hervorming komen, vindt Peeters.
‘De trein staat stil in het station en dat is niet goed. De hervorming moet weer op gang komen. Dat gaat niet in één ruk, maar wagon per wagon. Wil je alles in één keer doen, een big bang, dan kom je nergens. Maar er moet wel iets gebeuren. Bij experts als Georges Monard en Dirk Van Damme, die een topfunctie bekleedt bij de Oeso, leer ik dat ons middelbaar onderwijs goed is maar dat de knipperlichten branden. Niets doen is géén optie. We zakken weg.’
Dat leerlingen pas op hun veertiende een studiekeuze zouden maken, lijkt wel van de baan. Tegen dat uitstel bestond er veel verzet.
‘De keuze van een richting op twaalf jaar is niet het hoofdprobleem, leren experts mij. Niet de richting, maar de schoolkeuze is het belangrijkste. Dat los je niet op door de studiekeuze naar veertien jaar uit te stellen of de eerste graad gemeenschappelijk te maken.’
De oriëntatienota van Smet is in elk geval weg.
‘Dat was een persoonlijke nota van Pascal Smet. Ze is nog nooit besproken in de regering. Ik betreur hoe de zaken gelopen zijn. We kunnen op die basis nu het debat niet meer voeren. De methode die ik voorstel voor het vervolgtraject, is: ‘de school van de toekomst’. Zoals de vraag naar ‘de fabriek van de toekomst’ het nieuw industrieel beleid heeft uitgeklaard. Dat levert geen pasklaar antwoord op, wel een denkmethode die vooruit helpt.’
Peeters maakt het concreter: ‘De overgang van basis- naar secundair onderwijs bijvoorbeeld, de aanpassing van de lerarenopleiding, de vermindering van het aantal richtingen. Het eindstation zal concreter worden als we het naderen. Het zou niet wijs zijn nu alle contouren vast te leggen. Niet alleen de politiek, ook scholen, leerkrachten en ouders moeten hun inbreng hebben. Daarvoor was eerst een politieke consensus nodig.’
 Het hele interview met Kris Peeters leest u vandaag in De Standaard.
‘Geen big bang in het onderwijs’
Kris Peeters over de ‘School van de toekomst’
  • maandag 26 november 2012, 03u00
  •  
  • Auteur: Tom Ysebaert,Guy Tegenbos
‘Ik zet mij niet in de plaats van Pascal Smet, ik sta schouder aan schouder met hem.'
‘Ik zet mij niet in de plaats van Pascal Smet, ik sta schouder aan schouder met hem.’
Bart Dewaele
 
BRUSSEL – Het middelbaar onderwijs gaat stapsgewijs hervormen. We gaan niet ineens alles veranderen, zegt Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V). Zet hij minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) opzij? Neen. Maar diens nota is wel van de baan.
Rond de hervorming van het middelbaar onderwijs is het stil geworden. In juni trok de minister-president aan de noodrem nadat de N-VA en de SP.A erover met elkaar in de clinch waren geraakt. Het politieke draagvlak voor die hervorming verdween, en toen bleek dat ook het draagvlak in het werkveld kleiner was.
Kris Peeters: ‘De discussie ontspoorde. Het ging alleen nog over hoeveel uren Latijn er zouden overblijven en over de B-attesten, die afgeschaft zouden worden. Dat is het verkeerde debat. Jammer dat het zo is gevoerd. Zo kwam er te veel ruis op het beeld.’
Een werkgroep van de Vlaamse regering ging de zaak uitklaren. Het werd stil. Tot ex-topambtenaar Georges Monard in De Standaard een geleidelijke aanpak bepleitte: niet alles in één beweging hervormen. (DS 15 november)
U volgt topambtenaar Georges Monard?
‘De trein staat stil in het station en dat is niet goed. De hervorming moet weer op gang komen. Dat gaat niet in één ruk, maar wagon per wagon. Wil je alles in één keer doen, een big bang, dan kom je nergens. Maar er moet wel iets gebeuren. Bij experts als Georges Monard en Dirk Van Damme, die een topfunctie bekleedt bij de Oeso, leer ik dat ons middelbaar onderwijs goed is maar dat de knipperlichten branden. Niets doen is géén optie. We zakken weg.’
U moet kiezen tussen iets doen voor de sterken of de zwakken?
‘In Vlaanderen leeft bij velen, zelfs bij leraars, de hardnekkige overtuiging dat goede resultaten halen met de topgroep niet samengaat met zorg voor de minder sterken. Onzin. Finland en Canada bewijzen dat dit wel kan. Dat moet hier ook doordringen!’
Wat met de brede eerste graad, het uitstel van de studiekeuze van twaalf naar veertien jaar?
‘De keuze van een richting op twaalf jaar is niet het hoofdprobleem, leren experts mij. Niet de richting, maar de schoolkeuze is het belangrijkste. Dat los je niet op door de studiekeuze naar veertien jaar uit te stellen of de eerste graad gemeenschappelijk te maken.’
Gingen we ook niet de schotten weghalen tussen het aso, tso en bso?
‘Dat is niet eens het moeilijkste. In scholen die alle onderwijsvormen op één campus hebben, zal dit snel lukken. Elders zal dat tijd vergen. Laat de scholen er stapsgewijs naartoe evolueren. Allicht is een schaalverandering nodig.’
Zet u zich niet in de plaats van minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A)?
‘Neen. Ik sta schouder aan schouder met hem, samen met de hele regering. Ik ben bezorgd. In de eerste plaats als minister-president. Het regeerakkoord bevat belangrijke afspraken over de hervorming van het middelbaar onderwijs; waken over de uitvoering ervan, is mijn job. Ten tweede ben ik ook bezorgd als minister van Economie. Het nijverheidsonderwijs zit in een neerwaartse spiraal. Als we niet opletten, is er over vijf jaar geen technisch onderwijs meer (zie inzet). Dat kan niet voor onze economie! We werkten al een STEM-actieplan uit om meer jongeren aan te trekken naar de richtingen science, technology, engineering en mathematics. Maar er is meer nodig.’
Wat rest nu nog van de oriëntatienota van Smet?
‘Dat was een persoonlijke nota van Pascal Smet. Ze is nog nooit besproken in de regering. Ik betreur hoe de zaken gelopen zijn. We kunnen op die basis nu het debat niet meer voeren. De methode die ik voorstel voor het vervolgtraject, is: ‘de school van de toekomst’. Zoals de vraag naar ‘de fabriek van de toekomst’ het nieuw industrieel beleid heeft uitgeklaard. Dat levert geen pasklaar antwoord op, wel een denkmethode die vooruit helpt.’
Kan het concreter?
‘U gaat mij niet horen zeggen hoe de eerste graad er gaat uitzien, want dan komen er meteen hevige reacties en raken we niet vooruit. Sommige hervormingen kunnen wel snel in gang worden gezet. De overgang van basis- naar secundair onderwijs bijvoorbeeld, de aanpassing van de lerarenopleiding, de vermindering van het aantal richtingen. Het eindstation zal concreter worden als we het naderen. Het zou niet wijs zijn nu alle contouren vast te leggen. Niet alleen de politiek, ook scholen, leerkrachten en ouders moeten hun inbreng hebben. Daarvoor was eerst een politieke consensus nodig.’
Is die er?
‘Alle meerderheidspartijen zeggen dat er iets moet gebeuren en dat we dit stapsgewijs moeten aanpakken. De afspraak is dat er tegen het einde van de bestuursperiode een visienota moet liggen. Of een masterplan. Niet de status van die tekst is belangrijk, wel dat de hervorming begint.’
 

De morgen
“Plan Smet om studiekeuze uit te stellen is nutteloos”
Door: Kim Herbots − 09/10/12, 08u41  − Bron: De Morgen
http://static3.demorgen.be/static/photo/2012/16/7/0/20121009083845/media_xl_5226555.jpg
© belga. Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs.
De studiekeuze uitstellen tot 14 jaar, zoals minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) wil, is nutteloos en hypothekeert de toekomst van jongeren. Dat zegt Dirk Van Damme, een van de toplui bij de OESO als het op onderwijs aankomt.
·          
De focus ligt te veel op de zwakkeren, terwijl vooral de midden-moot het steeds minder doet
Dirk Van Damme, onderwijstopman OESO
·         http://static3.demorgen.be/static/photo/2012/15/4/10/20121009083417/media_l_5226535.jpg
Vlaanderen focust te veel op kansengroepen, terwijl vooral de doorsnee- en topleerling het alsmaar minder doet. Een onderwijshervorming die daaraan voorbijgaat zou nefast kunnen zijn. Dat is de mening van Dirk Van Damme. Van Damme is niet de eerste de beste. Voor hij naar de OESO vertrok als hoofd van het Centrum voor Onderwijsonderzoek en -vernieuwing was hij onder meer afgevaardigd bestuurder van het gemeenschapsonderwijs en adjunct- kabinetschef bij toenmalig onderwijsminister Luc Van den Bossche (sp.a).

Hij wil de hervorming van het secundair onderwijs, die Smet plant, niet van tafel vegen – “met veel aspecten ben ik het eens, denk maar aan het afschaffen van BSO/TSO/ASO” – maar hij is “erg bezorgd”.


Zeker in het licht van de cijfers die hij bij de OESO ziet passeren. Het probleem van ons onderwijs zit momenteel vooral bij de goed presterende leerlingen en niet zozeer bij de zwakkeren, zegt Van Damme. Uit een internationale leestest bleek dat in 2009 12,5 procent van de leerlingen het hoogste niveau behaalden. In 2000 was dat nog bijna 16 procent. “Ondertussen blijft de laagste groep nagenoeg stabiel, maar ook de middenmoot gaat erop achteruit”, zegt hij. “Daar maak ik mij echt zorgen over. En dat is geen argument tegen gelijke kansen, maar wel tegen het invoeren van structuren die dienen om louter kansengroepen te stimuleren. Want vergis je niet: de zwakste groep doet het in Vlaanderen internationaal gezien nog altijd goed, in tegenstelling tot wat je vaak hoort.”


Voor zover bekend wil Smet kinderen van alle niveaus zo veel mogelijk mixen om tot heterogene klassen te komen. “Het is een romantisch ideaal om iedereen samen te zetten, maar studies hebben aangetoond dat het in merendeel van de gevallen niet werkt”, zegt Van Damme. “Idem voor het uitstellen van de studiekeuze van 12 naar 14. Dat is in Vlaanderen nutteloos.”


“Wij hebben al een vrij grote gemeenschappelijke eerste graad”, vervolgt Van Damme. “Geen enkel ander land maakt de beweging die wij nu willen maken. In plaats van een brede eerste graad is het zaak te zoeken naar een slimme manier om kinderen vroeg in de juiste richting te krijgen. Tegelijkertijd moet je ervoor zorgen dat kinderen wel nog van de ene richting naar de andere kunnen switchen.”


Velen vrezen door de ingrepen ook dat het niveau zal dalen. “Als je iedereen tot op 14 jaar hetzelfde traject laat volgen, verkort je de tijd om tot een bepaald excellentieniveau te geraken”, zegt Van Damme. “Wat je nu doet, lukt niet op vier jaar.”


Wat we wel moeten doen is inzetten op goede leerkrachten en onze scholen confronteren met de realiteit. “Uit een analyse van de cijfers blijkt dat schoolkeuze in Vlaanderen erg bepalend is. Het verschillen tussen scholen is heel erg groot en er is in feite geen manier om hun kwaliteit te meten. Centrale examens zullen in Vlaanderen niet aanvaard worden, maar interne peilingtoetsen zijn al een stap in de goede richting.”


Pascal Smet wil zelf niet uitgebreid reageren op de visie van Van Damme, die hij ‘interessant en genuanceerd’ noemt. Hij laat wel weten om met de opmerkingen rekening te houden.
 
 
En in de standaard
 
OESO kritisch over hervormingsplan Pascal Smet
  • dinsdag 09 oktober 2012, 07u41
  • Bron: Belga
  • Auteur: bvb
http://1.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2012/10/09/11beb740-11d4-11e2-8c6e-2c991206c67d_web.jpg.h380.jpg
BELGA
BRUSSEL – De studiekeuze uitstellen tot 14 jaar, zoals Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) wil, is nutteloos en hypothekeert de toekomst van jongeren. Dat zegt Dirk Van Damme, hoofd onderwijsonderzoek en -vernieuwing bij de OESO, schrijft De Morgen dinsdag.
Vlaanderen focust te veel op kansengroepen, terwijl vooral de doorsnee- en topleerling het alsmaar minder doet, aldus Van Damme.
Het probleem van ons onderwijs zit momenteel vooral bij de goed presterende leerlingen en niet zozeer bij de zwakkeren, zegt hij. Uit een internationale leestest bleek dat in 2009 12,5 procent van de leerlingen het hoogste niveau behaalden. In 2000 was dat nog bijna 16 procent, luidt het in de krant.
De zwakste groep daarentegen doet het in Vlaanderen internationaal gezien nog altijd goed, aldus nog Van Damme. Hij benadrukt dat het niet gaat om een argument tegen gelijke kansen, maar wel tegen het invoeren van structuren die dienen om louter kansengroepen te stimuleren.
 
 
 

13 domme vragen over de onderwijshervorming
bedenkingen vanuit de leraarskamer
  • dinsdag 04 september 2012
  •  
  • Auteur: Wouter Van Der Spiegel
Het ASO lijkt wel de norm voor toekomstig geluk, en ondertussen is er een nijpend tekort aan geschoolde arbeiders.
Het ASO lijkt wel de norm voor toekomstig geluk, en ondertussen is er een nijpend tekort aan geschoolde arbeiders.
Photo News
De zinsnede ‘Er zijn geen domme vragen, alleen domme antwoorden’ herkent u vast en zeker uit het grote clichéboek der leraren. WOUTER VAN DER SPIEGEL vond er toch dertien, en wel over de hervormingen in het onderwijs waar niemand het eens over raakt.
De hervormingen van het middelbaar onderwijs zijn al sinds eind vorig schooljaar voer voor discussie, en zullen dat nog wel even blijven. In de kantlijn werpen deze dertien bedenkingen zich intussen op. Het onderwijs zou de sociale ongelijkheid net reproduceren, in plaats van ze te bestrijden. Een panische angst overviel mij als goedmenende leraar: wat doen we dan verkeerd?
1Ik dacht dat na het huwelijk het onderwijs goed was voor de meeste sociale mobiliteit. Bij de vraag waarom andere landen het beduidend beter doen, werd naar Finland verwezen. Onderwijsspecialisten wijzen erop dat een brede eerste graad daar zorgt voor een betere studiekeuze. Maar hoe kan een brede eerste graad en een latere studiekeuze de sociale ongelijkheid reduceren?
2 Zou dat niet meer te maken hebben met het – in dat artikel niet vermelde – feit dat er in Finland in die 1ste graad twee leerkrachten per klas actief zijn zodat er meer en beter kan geremedieerd worden?
3 Zou het niet kunnen dat andere variabelen (de klasgrootte, het taalbeleid, non-discriminatiebeleid op de werkvloer, …) een belangrijker rol spelen dan die brede 1ste graad?
4 Die brede 1ste graad zou ook het watervalsysteem oplossen. Als er iets is wat leerkrachten willen, is het wel dat die waterval verdwijnt. Als er iets is wat veel leerkrachten niet geloven, is het dat die val zal verdwijnen door een brede 1ste graad. Er is duidelijk een probleem met de instroom en de studiekeuze. Maar als er een probleem is met de ingang, moet dan het hele gebouw verbouwd of gesloopt worden?
5 Ouders willen het beste voor hun kinderen en duwen ze te veel in de sterkste richtingen. Zal dit worden opgelost door de namen van die richtingen te veranderen?
6 Binnen de kortste keren zullen de ouders daar ook ‘sterkere’ richtingen vinden. Het is misschien een goed idee om interessegebieden met een meer praktische en een meer theoretische optie in dezelfde school naast elkaar aan te bieden. Maar moet in de beroepswereld het onderscheid tussen bedienden- en arbeidersstatuut dan niet eerst worden weggewerkt?
7 Evenals de waanzinnige verschillen in verloning: geen enkele werkgever is het waard om 100 maal meer te verdienen dan een werknemer. Als het erop aan komt, moeten de enorme verantwoordelijkheden die zij zogezegd torsen toch door de belastingbetaler worden gedragen. Een niet omzeilbare miljonairstaks moet dus de onderwijshervorming voorafgaan. Het kan ouders helpen om met hun kinderen een rationeler studiekeuze te maken die beter past bij hun mogelijkheden.
8 Zou het niet logisch zijn de leerkrachten een grotere rol te laten spelen bij de studiekeuze? Als er over een operatie of gezondheidsprobleem moet worden beslist, laat men dat toch niet over aan familieleden of kennissen. Een afwijking van een advies van leerkrachten en CLB zou nog kunnen door een uitvoerig geargumenteerde aanvraag.
Wat de ingang van het middelbaar onderwijs betreft is het merkwaardig dat het lager onderwijs sterk is afgestemd op het ASO. Als ASO-leraar vond ik het normaal dat toekomstige beenhouwers of bakkers ook correct leren schrijven en rekenen. Als ervaringsdeskundige ouder van een TSO-leerlinge vind ik het spijtig dat het 5de en 6de leerjaar zo sterk toegespitst zijn op het ASO. Is het dan niet merkwaardig dat men in de 1ste graad van het middelbaar alles terug zou opengooien met een brede 1ste graad?
9 De psychologische rijpheid lijkt alsmaar te vervroegen, dan begrijp ik niet waarom men later een studiekeuze moet maken. Tenzij men studiekeuze verwart met beroepskeuze. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat veel pedagogen en beleidsverantwoordelijken uitgaan van het ASO als norm voor toekomstig geluk. En ondertussen heeft onze maatschappij een nijpend tekort aan bakkers, beenhouwers en andere geschoolde arbeidskrachten. 10 Als één van de meest bepalende factoren bij de sociale ongelijkheid het thuismilieu is, waarom concentreren we de inspanning dan niet daarop? In een internaatsysteem zouden enkele negatieve factoren kunnen worden weggewerkt. Maar daar staat natuurlijk ook een prijs tegenover, zowel financieel als menselijk.
11De afgelopen jaren zijn er verschillende veranderingen doorgevoerd (schaalvergroting, tweepolige richtingen in de 3de graad, afschaffing herexamens,…) die geen onverdeeld succes bleken te zijn, of die nu zelfs teruggedraaid moeten worden. En geen enkele beleidsverantwoordelijke die daarvoor de verantwoordelijkheid opneemt. Georges Monard wordt nu over de partijgrenzen heen lof toe gezwaaid, maar in menige leraarszaal is dit niet het geval. Positief is wel dat hij nu zelf pleit tegen grootscheepse veranderingen van bovenaf opgelegd. Overleg tussen de bestaande leerplancommissies zou al fantastisch zijn zodat leerlingen in het 1ste middelbaar niet meer te horen krijgen dat ze termen of methodes uit het 6de leerjaar mogen vergeten of zelfs niet meer mogen gebruiken.
12 De grote hervorming zou een even grote impact kunnen hebben als de invoering van het gemengd onderwijs. Toch staan ons nog grotere praktische, didactische en andere problemen te wachten dan destijds bij de introductie van het VSO. En was dat niet een beetje een slag in het water?
13 Zou het dus niet aangewezen zijn een alternatief tracé te bestuderen dat de negatieve punten wegwerkt zonder dat dit ook gebeurt met de positieve?
Wie? Leraar geschiedenis SMI-Aalst.
Wat? Het debat over de hervorming in het secundair onderwijs is nog lang niet afgerond.
Waarom? Er blijven nog een pak pertinente vragen onbeantwoord.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s