12 brillen om naar kinderarmoede te kijken

kenp_armoede_12frames-1kenp_armoede_12frames-1bron: klasse, – cfr. ook onderzoek baldwin van gorp

12 brillen om naar kinderarmoede te kijken

 

In de boekentas van Sarah zit altijd een lege brooddoos, maar het meisje draagt wel de nieuwste K3-schoenen. Hoe kijk jij naar haar armoede? Jouw bril bepaalt welk probleem je ziet en wat een mogelijke oplossing is. Professor Baldwin Van Gorp ontdekte 12 brillen om mee naar kinderarmoede te kijken.

illustratie van kinderen met brooddoosBaldwin Van Gorp, professor journalistiek (KU Leuven), onderzocht honderden teksten en distilleerde 12 mogelijke brillen (of frames) waarmee we naar armoede kijken.

Baldwin Van Gorp: “Mensen beseffen vaak niet met welke bril ze naar armoede kijken. Als je die frames expliciteert, worden ze er zich plots wel van bewust. Het ene juiste frame bestaat niet. De 12 verschillende frames zijn niet beter of slechter maar vormen een gereedschapskist om genuanceerder naar kinderarmoede te kijken, om oorzaken en oplossingen te zoeken.”

“Sommige frames (1, 2, 6, 9, 11) brengen kinderarmoede in verband met een probleem (slechte ouder, weinig zorgende maatschappij…). Andere frames (3, 4, 5, 7, 8, 10, 12) nodigen vooral uit om vanuit een ander perspectief te kijken (de kracht van kinderen in armoede, als we samenwerken kunnen we wel iets bereiken…).”


Met welke bril kijk jij?

    1. 1“Het is toch erg, ik heb zo veel compassie met Sarah. Ocharme, dat kind.”

      FRAME 1: Uit medelijden schiet je de kinderen in armoede te hulp want ze zijn zelf niet in staat zich te redden. Het kind is het onschuldige slachtoffer en zit vast in de rol van de zwakke, de afhankelijke die moet geholpen worden.

      Dit frame bekijkt ‘de arme’ als een hulpeloos wezen, het vergeet zijn ‘kracht’ en ‘potentie’.

 


    1. 2“Sarah? Als we nu niet ingrijpen, komt daar later niet veel goeds van.”

      FRAME 2: Kinderen die in armoede leven, zijn tikkende tijdbommen die later meer kans hebben op een zwakke gezondheid of om werkloos te worden. Als we nu niet ingrijpen worden ze een last en kost voor de samenleving, een blok aan het been.

      Dit frame mobiliseert wel, maar speelt ook in op angstgevoelens.

 


    1. 3“We zien in Sarah alleen het probleemkind, niet haar mogelijkheden, kansen en dromen. Sarah heeft nochtans alles in zich om het te maken.”

      FRAME 3: Armoede is geen eigenschap van het kind, maar van zijn omgeving. Ook een kind in armoede zit boordevol pit. Het kind is een sterke kiem. Als we werken aan de voedingsbodem groeit het uit tot een sterke boom of mooie bloem.

      Dit frame is positief, toekomstgericht. Het loont om te investeren in de strijd tegen armoede.

 


    1. 4“We zaten met de ouders van Sarah rond de tafel. Ze gaven ons tips en informatie over wat belangrijk is voor hen.”

      FRAME 4: We kunnen de strijd tegen kinderarmoede winnen als alle betrokken partijen, inclusief de kinderen en hun ouders samenwerken als gelijkwaardige partners. We moeten armoede bestrijden, niet de armen. Samen staan we sterk.

      Dit frame is hoopgevend en actiegericht.

 


    1. 5“Niet alles is hopeloos. Kijk naar Vincent Kompany, die groeide op in een arme buurt van Brussel en heeft het toch gemaakt.”

      FRAME 5: Armoede is niet louter een probleem maar kan ook een harde leerschool zijn. Iedere arme is een ervaringsdeskundige, een expert. Zijn levenservaring, kennis en inzichten zijn noodzakelijk om kinderarmoede te begrijpen en bestrijden.

      Dit is een hoopvol frame, het bekijkt armoede niet louter problematisch.

 


    1. 6“In Sarahs boekentas zit altijd een lege brooddoos, maar ze draagt wel de nieuwste K3-schoenen.”

      FRAME 6: Arme ouders zijn zelf verantwoordelijk voor hun armoede: ze zijn lui, zoeken geen werk, roken en drinken of gebruiken drugs, of waren al heel jong zwanger. Het zijn slechte ouders. En als ze K3-schoenen kunnen kopen, zijn ze misschien niet echt arm.

      Dit frame is top-down. Wij bepalen wat positief en negatief is, de ‘armen’ moeten zich aanpassen.

 


    1. 7“Sarahs mama doet echt alles voor haar. Ze wil net als wij alleen maar het beste.”

      FRAME 7: Arme ouders zijn mensen zoals jij en ik. Het enige verschil is dat hun levensomstandigheden hen dwingen tot keuzes die wij niet hoeven te maken. Dat maakt het ze soms moeilijk om een goede ouder te zijn.

      Dit frame heeft een positief uitgangspunt.

 


    1. 8“Arm zijn of worden? Het is een lotje van de loterij. Sarah heeft pech dat ze in dat gezin geboren is.”

      FRAME 8: Armoede heeft niks te maken met individuele keuze en gedrag. Het lot, waar je wieg heeft gestaan, bepaalt welke kansen je krijgt. Bovendien kan iedereen in armoede vervallen: na een zwaar ongeval, een ziekte, echtscheiding, jobverlies.

      Dit frame is best fatalistisch.

 


    1. 9“Steeds meer kinderen zijn zo arm als Sarah. Er gaat toch iets fout met onze samenleving?”

      FRAME 9: Kinderarmoede is zoals koorts, een symptoom van een dieper maatschappelijk probleem: onze maatschappij is niet meer in staat om goed te zorgen voor iedereen. Het is aan de overheid om hier wat aan te doen, niet aan mij.

      Dit frame legt de schuld van armoede niet bij de arme zelf en riskeert dat je de verantwoordelijkheid alleen bij de overheid legt.

 


    1. 10”Dat er kinderen in onze school geen eten hebben, maakt me boos. In de 21ste eeuw? Daar moeten we iets aan doen.”

      FRAME 10: Kinderarmoede strookt niet met onze fundamentele maatschappelijke waarden zoals gelijke kansen, individuele ontplooiing, participatie en solidariteit. Kinderarmoede is een wake-upcall: we moeten in gang schieten.

      Dit frame gooit engagement in de strijd. Verontwaardiging werkt als motor.

 


    1. 11“Erg voor Sarah en haar ouders, maar blij dat het mij niet overkomt.”

      FRAME 11: Kinderarmoede aanpakken doen we vooral om ons geweten te sussen, uit religieuze verplichtingen of om onze maatschappij ‘op orde’ te houden: ieder zijn plaats. We helpen wel, maar echt iets veranderen kunnen (of willen) we toch niet.

      Dit frame problematiseert de armoedebestrijding en verhindert dat armen zelf hun lot in handen nemen.

 


  1. 12“Een kind is toch niet arm als het geen smartphone heeft en er thuis geen auto is?”

    FRAME 12: Dit frame stelt de huidige westerse manier van leven en ons consumptiepatroon in vraag. Is een kind zonder smartphone arm? Geen liefde en aandacht is toch erger dan materiële tekorten? Je gaat ervan uit dat echte armoede in Vlaanderen niet bestaat.

    Dit frame zet ons consumptiepatroon en statussymbolen op losse schroeven.

Het ene frame is niet beter of slechter dan het andere. Kijk vooral vanuit verschillende frames naar leerlingen in armoede. Dan zie je meer oorzaken en ook meer oplossingen.
Meer lees je in ‘Weg van het Stigma, hoe kunnen we anders communiceren over kinderarmoede’. Je downloadt de studie gratis op www.kbs-frb.be.

12 Kijkkaartjes rond armoede

Op 12 kaartjes staan nog eens alle frames uitgelegd. Ze kunnen je helpen om samen met collega’s op een andere manier naar armoede in de klas te kijken en een genuanceerder armoedebeleid uit te tekenen op school.

Printde 12 kaartjes.
Of gebruik de interactieve tool hieronder om het gesprek te starten.

Gebruik de tool op iOS

Gebruik de tool op PC of Android

12 kaartjes

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s